Ned Tijdschr Geneeskd 2005 7 mei;149(19) 1043 Onder een val wordt verstaan: ‘een gebeurtenis waarbij de patiënt onbedoeld op de grond of een lager niveau terecht- komt, ongeacht de oorzaak’. 1 Betrekkelijk veel valinciden- ten doen zich voor onder de groep ouderen. Ouderen in ver- pleeghuizen hebben een extra grote kans op vallen, vooral psychogeriatrische patiënten. 2 In een internationaal over- zicht gebaseerd op de bevindingen uit 16 studies wordt een gemiddelde jaarlijkse incidentie van valpartijen bij verpleeg- huispatiënten gerapporteerd van 1,5 per bed. 3 In 2 Neder- landse onderzoeken werd een incidentie van respectieve- lijk 3,3 en 4,1 per psychogeriatrische patiënt per jaar gevon- den. 4 5 Het is niet zozeer de hoge incidentie van valincidenten op zich die zorgwekkend is, als wel de combinatie van een hoge incidentie met een verhoogd risico op letsel als gevolg van vallen in deze ouderengroep. Valincidenten kunnen aanzienlijke fysieke gevolgen hebben, zoals een heupfrac- tuur of ander ernstig letsel. Bovendien is de kans op over- lijden na een heupfractuur in deze groep relatief groot. 3 In bovengenoemde overzichtsstudie wordt gerapporteerd dat ongeveer 4% van de valincidenten in verpleeghuizen resul- teert in een fractuur en dat 11% andere verwondingen tot gevolg heeft. 3 Uit het Nederlands onderzoek uit 1994 komt naar voren dat 2,0% van alle valincidenten resulteert in een fractuur en nog eens 0,4% ander ernstig lichamelijk letsel tot gevolg heeft. 4 In de Nederlandse studie uit 1993 bleek dat 2,5% van de valincidenten een fractuur tot gevolg had. 5 Naast gevolgen op fysiek vlak, kunnen valincidenten psychische gevolgen met zich meebrengen, zoals angst om te vallen, depressiviteit, gevoelens van hulpeloosheid en sociaal isolement. 3 6 7 Ze kunnen derhalve een aanzienlijk negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van de getroffen patiënten. 3 Daarnaast stijgt na valpartijen die zich voordoen in een intramurale setting, zeker als deze resul- oorspronkelijke stukken Valincidenten in verpleeghuizen: gemiddeld bijna 2 per bed per jaar met bij 1,3% een fractuur als gevolg B.P.J.Dijcks, J.C.L.Neyens, J.M.G.A.Schols, J.C.M.van Haastregt, H.F.J.M.Crebolder en L.P.de Witte Zie ook de artikelen op bl. 1033 en 1038. Doel. Vaststellen hoeveel valincidenten zich jaarlijks voordoen in Nederlandse verpleeghuizen en hoeveel fracturen als gevolg van valincidenten. Opzet. Schriftelijke enquête. Methode. Alle 371 Nederlandse verpleeghuizen kregen een enquêteformulier toegestuurd waarin werd gevraagd naar het aantal somatische en psychogeriatrische bedden en naar het aantal valincidenten en fracturen als gevolg daarvan in 2000 en 2001. Resultaten. Van de vragenlijsten werden er 202 geretourneerd (54%). Deze waren als volgt verdeeld over de 3 verpleeghuistypen: gecombineerd: 151 (75%), somatisch: 15 (7%), psychogeriatrisch: 36 (18%). De deelnemende verpleeghuizen hadden gemiddeld een capaciteit van 180 bedden. Jaarlijks waren er gemiddeld meer dan 300 gerapporteerde valincidenten per verpleeghuis; in 2000 336 (SD: 180; mediaan 314), in 2001 311 (SD: 165, mediaan 294). Per bed waren er gemiddeld bijna 2 valincindenten per jaar. Het aantal valincidenten per bed was onder de groep psychogeriatrische patiënten groter dan onder de groep somatische patiënten. Er waren per verpleeghuis gemiddeld ongeveer 4 fracturen per jaar als gevolg van valincidenten: in 2000 4,3 (SD: 3,7; mediaan 4,0), in 2001 3,6 (SD: 2,8; mediaan 3,0). Het jaarlijks aantal fracturen door een valincident was gemiddeld ongeveer 23 per 1000 bedden. Gemiddeld had 1,3% van de valincidenten een fractuur tot gevolg. Er waren hierbij geen duidelijke verschillen tussen somatische en psychogeriatrische patiënten. Conclusie. Het gerapporteerde aantal valincidenten per verpleeghuisbed was gemiddeld bijna 2 per jaar; daarvan had gemiddeld 1,3% een fractuur tot gevolg. Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:1043-7 Kenniscentrum voor Revalidatie en Handicap iRv, Postbus 192, 6430 AD Hoensbroek. Mw.drs.B.P.J.Dijcks, gezondheidswetenschapper en epidemioloog; hr. drs.J.C.L.Neyens, geriatrisch fysiotherapeut (tevens: Streekverpleeghuis De Riethorst, Geertruidenberg); hr.dr.L.P.de Witte, arts-onderzoeker. Universiteit van Tilburg, faculteit Sociale Wetenschappen, Wetenschap- pelijk Centrum voor Transformatie in Zorg & Welzijn Tranzo, Tilburg. Hr.prof.dr.J.M.G.A.Schols, verpleeghuisarts (tevens: Vivre, Maastricht en Universiteit Maastricht, capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde, Maas- tricht). Universiteit Maastricht, Maastricht. Capaciteitsgroep Zorgwetenschappen: mw.dr.J.C.M.van Haastregt, ge- zondheidswetenschapper. Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde: hr.prof.dr.H.F.J.M.Crebolder, emeritus hoogleraar Huisartsgeneeskunde. Correspondentieadres: mw.drs.B.P.J.Dijcks (b.dijcks@irv.nl).