Guest (guest) IP: 54.198.247.207 On: Sun, 08 Jan 2023 21:12:49 volutionairen en contrarevolutionairen die de philosophie als veroorzaker aanwezen, maar revolutionaire retoriek achteraf is geen bewijs voor een causaal verband tussen denkbeelden en het uitbreken van de revolutie. De stelling dat er sprake was van drie dui- delijk onderscheiden ideologische stromingen is ook problematisch. Israel geeft geen heldere definities van deze stromingen en hun intel- lectuele bronnen: wat we precies moeten ver- staan onder ‘democratic republican’ wordt nooit helemaal duidelijk, maar dat is wel van belang omdat dit nu juist de begrippen waren die de contested concepts van de revolutie vormden. Omdat de omschrijvingen niet pre- cies genoeg zijn kunnen de verschillende stro- mingen ook niet goed onderscheiden worden. De radicaal-verlichten wilden bijvoorbeeld een mix tussen directe en representatieve de- mocratie, maar dat gold ook voor (een deel van) de moderaten en de autoritair populis- ten. Binnen de door Israel aangewezen stro- mingen bestond bovendien weinig overeen- stemming over de precieze invulling van alge- mene principes. Daarnaast zijn individuele representanten van de aangewezen stromingen vrijwel nooit precies binnen een stroming in te passen. Een radicale held als Emmanuel Sieyès blijkt toch minder een democraat te zijn als hij pleit voor een onderscheid tussen actieve en passieve burgers en het behoud van de monarchie. De ideologie van de linkse revolutionair Pierre- Sylvain Maréchal was een ‘real offshoot of Ra- dical Enlightenment and the Revolution’ maar ‘fatally diluted by Babeuf’s neo-Robespierrism’ (p.673). Marechal verwordt daarmee tot een soort communistische liberaal, een contradic- tio in terminis. Het hoeft niet te verbazen: Revolutionary Ideas laat in weerwil van haar eigen claims zien dat de periode 1788-1799 een ideeënrijke maar verwarrende periode was waaruit de ne- gentiende-eeuwse –ismen zich zouden ont- wikkelen. De Franse Revolutie was een snel- kookpan waarin de revolutie bijna van dag tot dag opnieuw uitgevonden en gelegitimeerd moest worden, in een constante wisselwer- king tussen politieke idealen en wisselende omstandigheden. De uitkomst was onvoor- spelbaar, veel ideeën niet uitgekristalliseerd. Dat biedt in tegenstelling tot wat Israel wil geen eenduidige oorzaak of overzichtelijk mo- del, maar doet wel recht aan de historische omstandigheden. Mart Rutjes, Universiteit van Amsterdam Bram van Oostveldt, Tranen om het alledaagse. Diderot en het verlangen naar natuurlijkheid in het Brusselse theaterleven in de achttiende eeuw (Verloren; Hilversum 2014) 300 p., ill., €27,- ISBN 9789087044046 ‘Où peut-on être mieux qu’au sein de sa famille?’ In 2005 promoveerde Bram van Oostveldt aan de Universiteit Gent op het proefschrift Tra- nen om het alledaagse. Het verlangen naar na- tuurlijkheid in drama en theater in de Oosten- rijkse Nederlanden. Hoewel Van Oostveldt on- derdelen en bevindingen van zijn onderzoek in meerdere artikels verwerkte, was het tot 2014 wachten op een commerciële uitgave van zijn proefschrift. Dat gaf de auteur de tijd om zijn opvattingen te verfijnen aan de hand van recent (internationaal) onderzoek. In het verlichtingsdenken neemt de natuur NIEUWE TIJD 721 2014, JRG. 127, NO. 4