ARTIKEL Specialistisch spreekuur voor alcoholproblematiek in de huisartspraktijk Harrie Jansen Gert-Jan Meerkerk Ben van de Wetering Dike van de Mheen Meer dan een op de tien inwoners van Nederland boven de zestien jaar drinkt meer dan goed is voor de gezond- heid op korte of lange termijn (Poppelier, Wiel & Mheen, 2002; Verdurmen, Monshouwer, Dorsselaer & Graaf, 2003). In verschillende andere westerse landen is dat niet veel anders (Hupkens, Knibbe & Drop, 1993). De huisartspraktijk wordt algemeen gezien als de plaats bij uitstek waar alcoholproblematiek zou moeten worden gesignaleerd en aangepakt (Anderson, Laurant, Kramer & Wensing, 2004). Huisartsen herkennen op het spreek- uur echter maar een klein deel van de problematiek en pas in een laat stadium. Hoe kunnen huisartsen geholpen worden om alcoholproblematiek in een vroeg stadium te herkennen en in behandeling te (laten) nemen? In Rot- terdam legden we de nadruk op een structurele ingreep in de aanpak van alcoholproblemen, door de specialistische verslavingszorg letterlijk binnen te brengen in de huis- artspraktijk. ‘Zelfde gang, deurtje verder’, zoals een van de medewerkers het uitdrukte. Inleiding ‘Als je gewoon in de praktijk van je eigen dokter met iemand van de Bouman kan spreken, is toch heel anders dan dat je je bij zo’n kliniek moet vervoegen waar allerlei drop-outs in de wachtkamer zitten. Toch?’ (huisarts 2, De Laan). Een van de oorzaken voor onvoldoende tijdige her- kenning van alcoholproblematiek is dat veel drinkers hun overmatig alcoholgebruik zelf niet opmerken en dit daarom ook niet uit eigen beweging melden bij de huisarts. Het is geen aanmeldingsklacht op het spreek- uur. Eventuele alcoholproblematiek moet dan ook door de huisarts zelf worden ontdekt. Er zijn echter verschillende oorzaken en omstandigheden die dat voor veel huisartsen niet eenvoudig maken (Anderson, Kaner, Wutzke, Wensing, Grol, Heather e.a., 2003; Arborelius & Thakker, 1995; Beich, Thorsen & Roll- nick, 2003; Schippers, Geerlings & Van den Brink, 2001): 1. er zijn niet veel gezondheidsklachten die rechtstreeks in de richting van alcohol wijzen; 2. huisartsen beschikken niet over een betrouwbaar instrument voor de vaststelling van alcoholproble- matiek dat gemakkelijk hanteerbaar is in het spreekuur; 3. huisartsen hebben vaak weinig vertrouwen in hun mogelijkheden om overmatige drinkers te helpen bij hun alcoholprobleem; 4. huisartsen zijn bang om hun relatie met de patie¨nt te verstoren door hem ongevraagd aan te spreken op het alcoholgebruik. Sinds een aantal jaren is er internationaal, mede onder auspicie¨n van de WHO, toenemende aandacht voor deze problemen en wordt er actie ondernomen om tijdige herkenning en behandeling van alcoholpro- blematiek in de eerstelijns gezondheidszorg te bevorde- ren. Daarbij wordt vooral ingezet op intensievere training van huisartsen en praktijkondersteunend per- soneel in huisartspraktijken. Hiermee wordt echter maar een deel van de genoemde problemen weggeno- men en bovendien brengt het veelal extra werk met zich mee waar weinig tegenover staat. Harrie Jansen (*) Dr. H.A.M. Jansen is onderzoekscoo¨ rdinator bij het IVO (wetenschappelijk bureau voor onderzoek naar leefwijzen en verslaving) te Rotterdam. Verslaving (2005) 1:22–27 DOI 10.1007/BF03075317 13