6 Ned Tijdschr Traum 2016 - nr 1 origineel artikel Perforerend letsel in een binnenstadziekenhuis Beschrijvend retrospectief cohortonderzoek van 1997-2014 F. Boot 1 F.J. Idenburg 5 R. Hoencamp 2 A.H.P. Niggebrugge 5 G.M. van der Wilden 3 M.W.G.A. Bronkhorst 5 W.J. van den Hout 4 S.A.G. Meylaerts 5 J.M. Hoogendoorn 5 S.J. Rhemrev 5 2013 werden in Nederland 79.347 patiënten na een trauma acuut opgenomen via een Spoedeisende Hulp (SEH). 3% (n = 2517) van deze gevallen betrof perforerend letsel. Het grootste deel (70%) van de patiënten met perforerend letsel is van het man- nelijk geslacht. Het risico op overlijden door een geweldsmisdrijf is het grootst in de leeftijdsgroep van 25-35 jaar. 5 Gemiddeld overlijden er in Nederland drie men- sen per week als gevolg van een geweldsmisdrijf. In 70% van de geweldsmisdrijven met dodelijke afloop worden vuur- en steekwapens gebruikt; een kleiner percentage van de slachtoffers komt te overlijden door het gebruik van slagwapens of door wurging. Het aantal dodelijke geweldsslachtoffers in de gemeente Den Haag bedroeg in de periode 2008-2013 136 personen. Den Haag staat daar- mee landelijk op de derde plek, voorafgegaan door Amsterdam (274) en Rotterdam (228). 6 De opvang van en het verlenen van zorg aan pati- enten met perforerende letsels is vaak complex. Vanwege de grote diversiteit aan letsels en de Introductie Trauma is wereldwijd de belangrijkste doodsoor- zaak en reden voor verlies van arbeidsproductieve jaren bij mensen onder de vijfenveertig jaar. In deze leeftijdscategorie zijn meer patiënten het slachtof- fer van trauma dan van maligniteiten en hart- en vaatziekten tezamen; hiermee vormt trauma een relevant medisch en sociaal probleem. 1,2 In Europa is slechts bij 5-10% van de traumapa- tiënten sprake van perforerend letsel, tegenover 40-50% in de Verenigde Staten van Amerika. 3,4 In 1 anios heelkunde 2 aios heelkunde 3 anios chirurgie 4 student geneeskunde 5 traumachirurg Alle auteurs zijn verbonden aan Medisch Centrum Haaglanden, Den Haag, uitgezonderd W.J. van den Hout, die is verbonden aan Leiden Universitair Medisch Centrum, Leiden Samenvatting Doel: Analyse van de patiëntengroep met perforerend letsel in een binnenstadziekenhuis in de afgelopen 18 jaar. Opzet: Retrospectief cohortonderzoek. Methode: Wij brachten alle patiënten in kaart die zich in de periode 1997-2014 in ons ziekenhuis presenteer- den in verband met perforerend letsel. De status van alle patiënten die aansluitend direct zijn opgenomen, is geanalyseerd. Resultaten: In totaal werden 2127 patiënten geïdentifi- ceerd met een perforerend letsel. Hiervan zijn 599 pati- enten in het ziekenhuis opgenomen geweest. Deze 599 patiënten werden opgesplitst in cohorten van zes jaar (1997-2002, 2003-2008 en 2009-2014) om zo even- tuele trends vast te stellen. Tevens werd er een onder- verdeling gemaakt in schot- en steekverwondingen. Conclusie: Tussen de bestudeerde perioden zijn geen sta- tistisch significante verschillen in het aantal patiënten, de verhouding tussen het aantal schot- en steekverwondin- gen, het percentage opnamen en de gevonden mortaliteit aantoonbaar. Nieuwe inzichten gebaseerd op ATLS- principes, de introductie van de CT-scan op de traumaka- mer, het centraliseren van de traumazorg en de invoering van gedifferentieerde traumachirurgische diensten heb- ben niet geleid tot een significante daling in mortaliteit. Opvallend is dat er wel een stijging te zien is in verricht aanvullend onderzoek, zonder dat deze stijging leidt tot een significante verandering in mortaliteit. Perforerend letsel vormt een belangrijk medisch probleem.