W.Voermans* Nieuwe wetgevingsprocedures en regelingsinstrumenten voor de EU? i. Kwaliteit van communautaire regel- geving: een typisch Nederlands stok- paardje? De vinger heffen over de kwaliteit van communautaire regelingen lijkt inmiddels een typisch Nederlands stokpaardje. Zowel in de aanloop naar hetVerdrag van Amster- dam in 1996 1 alsook daarna 2 heeft Neder- land zieh in communautair verband steeds sterk gemaakt voor het verbeteren van de kwaliteit van EG-wetgeving. Dat is een mooi en belangrijk strcven, want gebrekki- ge communautaire regelgeving kent, zoals De Wilde het treffend uitdrukt, 3 alleen maar verliezers. Aan de andere kant is wel de vraag wat binnen de communautaire samenwerking nu onder 'kwaliteit' van wetgeving moet worden verstaan. De communautaire rechtsorde is ten opzichte van die in de lidstaten eigensoortig; de eisen waaraan de communautaire rechts- schepping via wetgeving dient te beant- woorden, zijn dat dus waarschijnlijk ook. Dat werpt een wat ander licht op de kriti- sche analyses en kwalitcitszorgen die vanuit Nederland in Europa naar voren worden gebracht. Zeker daar waar Nederland het eigen wetgevingsbeleid als orientatiepunt hanteert, kan men zieh afvragen of daar- mee wel de juiste meetlat wordt aangelegd. Winden we oiis in Nederland daarmee onterecht of onnodig op over de kwaliteit van communautaire regelgeving? Ik denk het niet. Ook andere lidstaten 4 en EG- instellingen zelf lijken in groeiende mate bezorgd over het functioneren van de communautaire wetgeviiigsprocesscn en - mede ten gevolge daarvan - de uiteinde- lijke wetgevingskwaliteit. Die wetgevings- processen alsook de regelgeving körnen onder steeds grotere druk te staan van de intensievere en steeds bredere samenwer- king (onder andere door de toetreding van de nieuwe lidstaten en de tweede en derde pijler) binnen de EU. Daardoor neemt ook de druk om effcctief te kunnen opereren op een steeds groter werdend aantal be- leidsterreinen toe. Ook de regelingspro- ductie stijgt gestaag hetgeen - hoe para- doxaal dat ook mag klinken - meestal weer nieuwe regels nodig maakt en een om- vangrijk coördinatie- en onderhouds- vraagstuk veroorzaakt. De wetgevingspro- cesseii en bevoegdheidsverdelingen uit het EG-Verdrag lijken niet in alle gevallen bc- rekend op de uitdagingen die deze steeds intensiever wordende samenwerking niet zieh brengt. In deze bijdrage wil ik op basis van een körte verkenning van de problemen die communautaire wetgevingsprocessen en * Dr. W. Voermans is hoofddocent wetgcvingsvraagstukken bij de Ondcrzocksschool wetgevingsvraagstuk- ken van de Katholieke Univcrsiteit Brabant cn rcdactcur van RegelMaat. Met dank aan mw. drs. L.A.J. Sen- den voor haar deskundige commcntaar op eerdere conccptversies. 1. Zie het Rapport Werkgroep kwaliteit EG-regelgcving (wcrkgroep-Koopmans), De kwaliteit van EG- regelgeving, Den Haag 1995 en het 'kwaliteits'protocol nr. 39 dat aan hetVerdrag van Amsterdam werd toe- gevocgd. Zie ook het verslag van de werkzaanibeden van de Werkgroep kwaliteit EG-regelgcving in het kadcr van het project Marktwerking, dcregulering en wetgevingskwaliteit, Kamcrstukken II 1996/97, 24 036, nr. 54. 2. Zie ook de inbreng van Nederland tijdens de Europese Raad van het voorjaar van 2001 tot het ontwik- kelen van een communautaire Strategie die waarborgen biedt voor een kwalitaticf bctere regelgeving. De Staat van Europa, Kamcntukkeii II2000/01,27 407, nr. 1, p. 147. 3. Zie E.L.H. de Wilde, 'Gebrekkige Europese regelgeving kent alleen maar verliezers', SEW 1l (2000), p. 401-413. 4. Bijvoorbeeld Zweden. 204 RegelMaat afl. 2001/6