PRIVAATRECHTELIJKE AANNEMING BOUWZAKEN RABG 2017/2 LARCIER 125 De vordering van eiseres is dus niet alleen onontvankelijk, doch volledigheidshalve ook ongegrond. IV. Beslissing Na erover te hebben beraadslaagd, komt de rechtbank tot de volgende beslissing: Verklaart de vordering van eiseres onontvankelijk en wijst haar ervan af; Veroordeelt haar tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerster begroot op 1.440 EUR rechtsplegingsvergoeding. Waar aanwezig waren: D. Mertens, voorzitter; L. Goossens en S. Biesmans, rechters in handelszaken. Noot Het deskundigenonderzoek na Potpourri I: enkele tendensen 1. Artikel 19, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek biedt de gedingvoerende par- tijen in elke stand van de rechtspleging de mogelijkheid de rechter te verzoeken om alvorens recht te doen een voorafgaande maatregel te bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Meest frequente verschijningsvorm van zulke voorafgaande maatregel is ongetwijfeld (nog steeds) het deskundigenonderzoek. Bovenstaande uitspraken bieden de gelegenheid om enkele aspecten van het deskundigenonderzoek uit te lichten. De wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, gemeenzaam Potpourri I genoemd, laat ook hier haar invloed gel- den 1 . 2. In een interessante overweging merkt de Brusselse rechtbank fijntjes op dat indien de rechter om een onderzoeksmaatregel wordt verzocht, hij niet de gegrondheid van de vordering over de zaak zelf onderzoekt. Wel kan hij de ernst van de middelen ingeroepen tot staving van die vordering in zijn beoordeling betrekken. Omdat de rechter bij wie het verzoek tot voorlopige maatregel voorligt nadien nog over de zaak zelf recht moet (kunnen) spreken, lijkt het dan zaak voor de rechter om zich tot een prima facie-oordeel te beperken 2 . 1. BS 22 oktober 2015. 2. H. BOULARBAH en X. TATON, “Les procédures accélérées en droit commercial (référé, comme en référé, avant dire droit, toutes affaires cessantes): principes, conditions et caractéristiques” in G.-A. DAL (ed.), Le tribunal de commerce: procédures particulières et recherche d’efficacité, Brussel, Ed. du Jeune Barreau, 2006, 75; in die zin ook E. BOIGELOT, “Les débats succincts et les mesures avant dire droit” in J. ENGLEBERT et al. (eds.), Le procès civil accéléré? Premiers commentaires de la loi du 26 avril 2007 modi- fiant le Code judiciaire en vue de lutter contre l’arriéré judiciaire, Brussel, Bruylant, 2007, 63; J. VAN DONINCK en K. PITEUS, Het Gerechtelijk Wetboek vernieuwd. Een praktische commentaar bij de wet van 26 april 2007, Mechelen, Kluwer, 2008, 12, vn. 21; S. VOET, “Het nieuwe artikel 19, tweede lid, Ger.W. (versus kort geding)”, RW 2009-10, (1318) 1320, nr. 4. RABG-2017-02.book Page 125 Thursday, January 12, 2017 1:47 PM