Survey in de steppe: de eerste veldcampagne van het Darylgaè project (De Krim, Oekraïne) Peter Attema 1 & Tymon de Haas 1 Sinds 2006 is het GIA betrokken bij het Darylgaè Survey Project (DSP) op de noord- westelijke Krim in Oekraïne. Het project gaat uit van het Danish National Research Foundation’s Centre for Black Sea Studies (CBSS) te Aarhus. In het veldwerk participe- rende instituten zijn, naast het CBSS, de Cri- mean branch of the Institute of Archaeology van Oekraïne (NASU) te Simferopol en het Groningen Institute of Archaeology (GIA). Als projectleiders fungeren Pia Guldager Bilde en Peter Attema. Hoofddoel van het project is een studie van de interactie tussen Grieken en inheemse bevolkingsgroepen op de Krim ten tijde van de Griekse kolonisatie gedurende de laat Klassieke en Hellenistische periode tot aan de Skythische overname in de 2 e eeuw v.Chr. Griekse kolonisatie is één van de aan- dachtspunten in het onderzoeksprogramma van de mediterraan archeologen van het GIA. De kans te participeren in een surveyproject op de Krim werd derhalve met beide handen aangegrepen aangezien dit een waardevolle vergelijkende studie zou kunnen opleveren voor onze surveys in Zuid-Italië, waar een vergelijkbare thematiek wordt bestudeerd. Landschap Het veldonderzoek wordt uitgevoerd in het noordwestelijke deel van de Krim in een gebied dat bekend staat als het Tarchankut schiereiland. Dit grenst aan drie zijden aan de Zwarte Zee (fig. 1). Het landschap bestaat uit een met vruchtbare lössgronden bedekt kalk- steenplateau begroeid met steppevegetatie. Hier en daar wordt de kustlijn, over grote afstanden gekenmerkt door klifvorming, onder- broken door beschutte baaien. Men schat dat in de oudheid het zeeniveau 5 meter lager was dan nu. Het reliëf in het landschap is wei- nig gearticuleerd, wat het landschap bijzon- der geschikt maakt voor grootschalige akkerbouw. Heden ten dage worden grote delen van de steppe in een alternerend stelsel geploegd voor de verbouw van met name gra- nen. Op kleinere schaal komen wijngaarden en amandelboomgaarden voor. Waar de step- pe niet is geploegd vindt begrazing plaats door kuddes schapen en runderen. De spaar- zame bomen dienen als perceelafscheiding of behoren tot tuinen van de enkele boerendorp- jes die her en der verspreid liggen. De grote Sovjet-boerderijen zijn vandaag de dag alle ontmanteld en liggen als ruïnes in het land- schap. Door de lokale bewoners wordt dank- baar gebruik gemaakt van de kalksteen waaruit deze zijn opgetrokken. Het huidige klimaat kan worden omschreven als een getemperd landklimaat met koude winters en hete zomers. Er is vrijwel altijd wind; regen- val is gering. Voor de Oudheid wordt aange- nomen dat de gemiddelde wintertemperatuur enige graden hoger was. Paleobotanisch onderzoek heeft aangetoond dat olijf toen kon worden gecultiveerd. Deze boom komt nu slechts voor in een wilde variant. Nederzettingsgeschiedenis De bronstijd laat men op de Krim beginnen in het 3e millennium v.Chr. en doorlopen tot de 9 e eeuw v.Chr. Deze periode is, zoals de erop volgende ijzertijd, gefaseerd aan de hand van verschillende grafculturen. De inheemse ijzertijd wordt gekenmerkt door de Skythi- 142