De geologie van de armoede Kristel Driessens Referentie voor deze tekst: DRIESSENS, Kristel, De geologie van de armoede, in VRANKEN, Jan, GELDOF, Dirk en VAN MENXEl, Gerard, Armoede en sociale uitsluiting : jaarboek 1998 , Acco, Leuven, 1998, p. 67-84. 1 De inbreng van kwalitatief onderzoek Via de structurele (macro-)analyse op het cijfermateriaal krijgen we een accuraat zicht op de stand van en evoluties in de armoede. Wat onzichtbaar blijft, zijn de mensen achter de cijfers en wat het voor hen betekent om in armoede te leven. Ook de processen van uitsluiting blijven verborgen achter de cijfers. Om daar zicht op te krijgen, is een geologie van de armoede nodig (Vranken en Steenssens, 1996:15-16): onderzoek op micro-niveau, waarbij naast de leefwereld ook de ontstaansprocessen en de historiek van armoede aan bod komen. Onderzoekers komen van achter hun bureaus en computers om veldwerk te verrichten en op zoek te gaan naar kennis over het leven in armoede. De laatste jaren groeit in het Vlaamse armoede-onderzoek een sterke en betekenisvolle inbreng van dergelijk onderzoek. Dankzij de kwalitatieve analyse van diepte-interviews, het optekenen van biografieën, actie-onderzoek op basis van participerende observatie en de kwantitatieve netwerkanalyse, krijgen we inzicht in het leven van armen, hun ervaringen met uitsluitingsme- chanismen, hun overlevingsstrategieën en hun relatie met de hulpverlening (Driessens, 1994: 5- 6). In dit hoofdstuk belichten we de recentste resultaten van dit micro-sociologisch onderzoek. 2 Ervaringen van uitsluiting in het publieke leven Armoede is een netwerk van uitsluitingen. De samenhang van ervaringen van uitsluiting en de verwevenheid van problemen in de leefwereld van de armen wordt in kwalitatief onderzoek duidelijk zichtbaar. Om de uitsluitingsprocessen eens vanuit een andere bril te bekijken, focussen we in dit hoofdstuk op de perceptie van de arme respondenten uit recente kwalitatieve onderzoe- ken 1 . Hun kijk op en ervaringen met de werkelijkheid, tekenen immers hun houdingen, gedragin- gen en reactiewijzen. Om deze te leren begrijpen en er accurater op te kunnen reageren, biedt een dergelijke analyse belangrijke achtergrondinformatie. In deze paragraaf schetsen we enkele algemene, vaak voorkomende patronen in hun schoolervaringen, arbeidsloopbanen en huisves- tingssituaties om een zicht te krijgen op de maatschappelijke positie die armen in de hedendaagse samenleving nog kunnen innemen. Wanneer we de schoolloopbanen van de bevraagde armen onder de loepe nemen, valt onmiddel- lijk op dat de scholingsgraad zeer laag ligt. In het onderzoek van Verhoeven en Kochuyt konden slechts 6 van de 31 ouders een diploma voorleggen. In het onderzoek van Vranken en Steenssens en dat van Driessens en Lauwers waren ze allen laaggeschoold. Velen volgden beroepsonderwijs 1 De citaten van armen komen voornamelijk uit de databank “Armoede en Hulpverlening” van de Onderzoeks- groep Cultuur en Welzijn van de UIA-Antwerpen. In deze databank werden interviews met 56 arme responden- ten opgenomen. Voor informatie over de opzet van dit onderzoek, zie: Lauwers, Smekens en Driessens, 1995. Ze werden aangevuld met citaten uit de onderzoeksrapporten van Verhoeven en Kochuyt (1994), Vranken en Steenssens (1996), Bracke en Vanhaegedoren (1996).