107 IMPULS, 40e JG., NR. 3, JANUARI-MAART 2010, 107-119 Leraars, leer ze me kennen. Een vergelijking tussen leraars en andere beroepsgroepen Mark Elchardus Ellen Huyge Dimokritos Kavadias Jessy Siongers Guido Vangoidsenhoven rarenoverschot bestaan, maar het zou gaan om een zeer krap overschot (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2008). Naast de tanende populariteit van de lerarenop- leiding en dus ook van het lerarenberoep is er ook een lichte toename van het aantal mensen die het beroep hebben uitgeoefend maar het verlaten en uit het lerarenberoep stappen. De uitstapcijfers nemen toe. Vooral jonge leraars verlaten vaak snel het onderwijs. Van de groep jonge interimarissen die in 2000 startten in het basisonderwijs, was vier jaar later, in 2004, 20% niet meer in het onderwijs actief. In het secun- dair onderwijs bedraagt het overeenkomstige percentage 36% (Vlaams Ministerie van On- derwijs en Vorming, 2005). In 2006 bedroegen de uitstroomcijfers respectievelijk 27 en 34%, wat op een verdere toename van de uitstroom in het basisonderwijs wijst (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2008). Uit onderzoek blijkt eveneens dat een loop- baan in het onderwijs door velen onaantrek- kelijk wordt geacht, onder meer door de beperkte carrièremogelijkheden, de hoge werkdruk, de zogeheten planlast en de grote beroepsonzekerheid in het begin van de loop- baan (McKenzie, Emery, Santiago & Sliwka, 2004; Devos & Vanderheyden, 2002; OECD, 2005). Tegenover de grote vraag naar bekwa- me en gemotiveerde leraars staan bijgevolg een te klein aanbod, een gevoel van onder- waardering en, zo lijkt het althans, een onaan- trekkelijk geacht beroep. Inleiding Het onderwijs is een doorslaggevend selectie- mechanisme geworden. Wie het goed doet op school, is doorgaans kansrijk in het leven; wie het slecht doet, doorgaans kansarm. Bij de ver- deling van allerhande kansen in onze samenle- ving – kans op werk en meer nog op aangenaam werk, kans op een goed inkomen, kans op het leven in een mooie buurt, kans op een goede gezondheid, kans op een lang, gezond en geluk- kig leven... – spelen de competenties zoals ze op school worden bijgebracht, gemeten en gecer- tificeerd, een steeds belangrijkere, doorslagge- vende rol. Dat legt een zeer zware opdracht op de schouders van alle leraars. Zij moeten jonge- ren niet alleen toerusten voor de arbeidsmarkt, maar ook aan burgerschaps- en persoonsvor- ming doen, aandacht hebben voor waarden en attitudes. De mate waarin de scholen die taak aankunnen, zal dus nagenoeg volkomen af- hangen van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde, bekwame en gemotiveerde le- raars. De behoefte aan die leraars stelt zich nu, op korte termijn, meteen. Het aantrekken en behouden van goede en ge- motiveerde leerkrachten is dan ook een priori- taire opdracht. De prognoses van het Departe- ment Onderwijs en Vorming voor de komende jaren zijn op dit vlak echter niet rooskleurig. Met uitzondering van het lager onderwijs wordt er voor de komende jaren een lerarentekort verwacht. In het lager onderwijs zou er een le-