De bevolking van de vier grote steden groeit nauwelijks. Wel verandert de demografische en sociaal-economische samenstelling van de bevolking. Zo heeft een steeds groter deel van de bevolking een allochtone herkomst, neemt het gemiddeld inkomen af en neemt het aandeel eenpersoons- huishoudens toe. Welke onderliggende bevolkingsstromen doen zich, kwantitatief en kwalitatief, voor? Welke rol spe- len deze stromen in de resulterende demografische en so- ciaal-economische structuur? 1. Inleiding Met divers ruimtelijke beleid en volkshuisvestingsbeleid heeft de overheid vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw suburbanisatie aangemoedigd. Er ontstonden nieuwe sub- urbane woonwijken in een aantal vastgestelde ’groeiker- nen’. Zo zijn plaatsen ontstaan als Zoetermeer bij Den Haag, Purmerend bij Amsterdam en Houten bij Utrecht. Hoewel de verschillende fasen van het nationale ruimtelij- ke beleid en het volkshuisvestingsbeleid wisselend succes kenden, staat vast dat ze de migratiestromen van en naar de (grote) steden sterk hebben beïnvloed (Bontje, 2001; Ostendorf, 2001; Jobse et al., 1990). Het groeikernenbe- leid had echter ook onvoorziene negatieve gevolgen. Van- af het midden van de jaren zestig maakten de vier grote steden in ons land een periode door van bevolkingsverlies (grafiek 1). De grote steden verloren daarmee ook draagvlak voor voorzieningen. De eerste gevolgen van een selectieve uit- tocht werden zichtbaar, en er ontstond een zekere vrees voor sociaal-economische polarisatie tussen de arme stad en de rijke omgeving. Om de middenklasse in de stad te houden, zou een aantrekkelijk woonmilieu worden gebo- den. Daarop werd in de jaren tachtig het compacte-stadbe- leid geformuleerd. Nieuwe woonwijken werden zoveel mogelijk in of vlakbij de stad gepland. Er kwamen plannen voor grootschalige stedelijke herstructureringsprojecten, zoals de Oostelijke Eilanden in Amsterdam en de Kop van Zuid in Rotterdam, waarbij oude haven- en industrieterrei- nen omgetoverd zouden worden tot woongebieden. Tussen 1985 en 1995 kwam in de vier grote steden een einde aan de daling van de bevolking en nam de bevolking weer toe, hoewel de bevolkingsgroei vergeleken met de middelgrote steden en de suburbane gemeenten beschei- den was. De selectieve uittocht werd niet tot staan gebracht. Everaers en Musterd (1994) veronderstelden veeleer een verband tussen het herstel van de stedelijke bevolkings- groei, eind jaren tachtig, en de economische herstructure- ring en de veranderende huishoudenssamenstelling. De overgang van een industrie- naar een dienstensamenle- ving bood andere werkgelegenheid en droeg bij aan de emancipatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Dit werkte de opkomst van een- en tweepersoonshuishoudens in de hand. Deze ontwikkeling vertaalde zich ruimtelijk in een groeiende bevolking met een potentiële voorkeur voor een stedelijk woonmilieu. Daarnaast groeide het aandeel gezin- nen van allochtone herkomst. In de jaren negentig verschenen de VINEX-locaties aan de randen van de grote en middelgrote steden, deels binnen de gemeentegrenzen, deels op grondgebied dat was gean- nexeerd door de grote steden. Bestuurlijk horen de nieuwe woongebieden daarmee tot de stad, maar historisch ge- zien zijn het suburbane overloopgebieden. Daarmee zijn de uittocht uit de stad en de gevolgen daarvan in sommige gevallen administratief minder zichtbaar geworden. Feitelij- ke processen kunnen zich immers binnen het oorspronkelij- ke bestuursgebied handhaven, zonder dat deze processen in de gemeentelijke statistieken zichtbaar zijn. In paragraaf 5 wordt hierop nader ingegaan. Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2004 59 Bevolkingsdynamiek in de vier grote steden Jan Latten 1) , Marco Bontje 2) en Han Nicolaas 3) 1) Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg; Universiteit van Amsterdam. 2) Universiteit van Amsterdam. 3) Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg. 1. Bevolkingsomvang op 1 januari, 1950–2003 x 1 000 1 000 1950 1955 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000 Vier grote gemeenten Totaal vier grote gemeenten x 1 000 1950 1955 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 3 000 0 2 500 2 000 1 500 1 000 500 Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht