Neolithische vindplaatsen op de keileemrug Noordhorn-Zuidhorn (Gr.) M. Niekus 1 , O. de Graaf 2 , L. Johansen 3 , J. Krist 4 , D. Stapert 5 & P. Vos 6 Een van de meest markante landschapsele- menten in het Westerkwartier is de keileemrug van Noordhorn-Zuidhorn. Dit hooggelegen deel van een uitloper van het Drents Plateau is gevormd tijdens de Saale-ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden. De hoge rug in een over- wegend laag landschap zal grote aantrekkings- kracht op de prehistorische mens hebben uit- geoefend, zoals blijkt uit de duizenden vuurstenen artefacten die sinds het einde van de jaren ’70 van de vorige eeuw op de keileem- rug zijn verzameld. 7 Rond 1980 ontdekte de tweede auteur samen met amateur-archeoloog E. Ameling (Stedum) een omvangrijke vuur- steenvindplaats op het noordelijke deel van de keileemrug. De vondst van zwaar verweerde artefacten leidde in 1983 tot een proefopgra- ving vanuit het Biologisch-Archaeologisch Instituut (BAI). Hoewel in eerste instantie werd gedacht aan een middenpaleolithische ouderdom bleek het bij bestudering van de artefacten in relatie tot de geologische situatie (erosieve zone) te gaan om materiaal uit de periode Neolithicum-bronstijd. Afgezien van een korte notitie van Stapert in Clingeborg (1986) is tot op heden niets over Noordhorn gepubliceerd. In dit artikel besteden we aan- dacht aan de vondsten van De Graaf en Ame- ling, en aan de geologische context. 8 De vindplaatsen De meeste artefacten zijn verzameld op vijf akkers bij Noorderburen, direct ten noorden van Noordhorn (fig. 1). Het site-complex be- vindt zich op het meest noordelijke puntje van de keileemrug, die vrij steile hellingen bezit aan de west- en oostflank. Een deel van de artefacten is verzameld uit slootkanten, drainagesleuven en een gassleuf. Plaatselijk, vooral in het noordelijke deel, is een dun pak- ket laatmiddeleeuwse zeeklei aanwezig. In het zuidelijke deel is plaatselijk dekzand uit het Laat-Glaciaal aanwezig. Over het alge- meen is er echter sprake van akkers waar het verweringsresidu van keileem, het zogeheten keizand, aan of nabij het oppervlak ligt. Ste- nen en vuurstenen, waaronder artefacten, zijn in vrij grote aantallen aan het oppervlak te verzamelen. De stenen zijn afkomstig uit de sterk verweerde en geërodeerde keileem. Deze erosie heeft zowel tijdens de laatste ijs- tijd, het Weichselien, plaatsgevonden door onder meer sneeuwsmeltwater, als in het Ho- loceen door de zee. De artefacten: samenstelling en oppervlakteveranderingen Begin 1980 is de collectie van De Graaf en Ameling (ruim 7000 vuurstenen) globaal ge- inventariseerd. Het grootste deel bestaat uit ruwe afslagen, brokken en onregelmatige ker- nen. Daarnaast zijn natuurlijke vuurstenen aangetroffen. De volgende artefactcategorieën komen voor: circa 2500 afslagen groter dan 2,5 cm, 1500 afslagen kleiner dan 2,5 cm, 400 splinters en 800 kernen. Klingen zijn zeldzaam (ca. 35 stuks), en over het algemeen van slech- te kwaliteit. Er zijn ongeveer 200 ‘werktuigen’, waaronder halffabrikaten (fig. 2). Het meest voorkomende type (ca. 60 stuks) zijn schrabbers of schaven; dit zijn vooral klei- ne convexe schrabbers, maar ook komen enke- 43