97 Het landschap De gemeente Monte Porzio Catone beslaat een deel van de noordelijke hellingen van de meest oostelijk gelegen krater van de Vulcano Laziale (fig. 1). Deze caldeira (instortingskra- ter) is oorspronkelijk gevormd tussen 600.000 en 360.000 jaar geleden, en is daarna vooral aan de westzijde nog belangrijk van vorm ver- anderd in latere uitbarstingsfasen waarvan de meest recente zich zo’n 12.000 jaar geleden af- speelde. De gehele noordelijke rand van de vul- kaan kenmerkt zich door kegelvormige heuvels uit vulcanische rots en as, terwijl de hellingen ten noorden daarvan vooral bestaan uit pyro- clastisch materiaal met opduikingen van leuci- tische lava. De noord-zuid gerichte afwatering heeft, geholpen door de tufachtige bodems en de vele bronnen, een reeks vanaf de kraterrand geleidelijk aflopende landtongen gevormd. De bodems van dit gebied zijn zeer vruchtbaar vanwege hun hoge doorlaatbaarheid en gun- stige chemische samenstelling (verhoogd kali- umgehalte). Wat er al bekend is De vroegste aantekeningen over protohisto- rische vondsten binnen de gemeente Monte Porzio Catone, waar Tusculum de bekendste archeologische site is, staan in een publica- tie van Maurizio Borda (Borda, 1958: p. 17). Deze vermeldt enkele voorwerpen die in 1952 tijdens de aanleg van een weg aangetroffen werden, en die hij toeschrijft aan de eerste fase van de latiale ijzertijd (fig. 2: 9). Bij diezelfde gelegenheid werden nog andere vondsten uit dezelfde tijd gedaan in de buurt van een steen- groeve (fig. 2: 2); deze behoorden waarschijn- lijk tot een graf. Midden jaren ’70 voerde de Gruppo Ar- cheologico Latino, in samenwerking met de afdeling Monte Porzio Catone van de Gruppo Archeologico Romano, enkele systematische verkenningen uit rond Tusculum om meer ijzertijdmateriaal te vinden (de Gruppi Ar- cheologici zijn amateurverenigingen die tot doelstelling hebben het archeologisch erfgoed te beschermen en toegankelijk te maken). Uit een voorlopige publicatie (Giorgetti, 1978) ko- men we te weten dat toen met grote regelmaat, vooral in de zuidelijke en oostelijke delen van de heuvel van Tusculum op hoogten tussen 580 en 630 m, vondsten werden gedaan. Bo- vendien konden drie ‘sites’ onderscheiden wor- den; de eerste daarvan bevindt zich in het zui- delijke deel van de heuvel, tussen 630 en 640 m hoogte (fig. 2: 8), de andere twee liggen aan de zuidelijke (fig. 2: 6) en noordelijke (fig. 2: 3) uiteinden van de kloof die de akropolis van Tusculum scheidt van de Montagnola-heuvel. De meest zuidelijke hiervan leverde fornelli (oventjes), ciotole (kommen), handvaten en enkele grote fragmenten huttenleem met af- drukken van houten bouwelementen op. Van de vondsten uit deze verkenningen is een be- schrijving en, in enkele gevallen, een foto ge- publiceerd, waarbij helaas informatie over de precieze vindplaatsen niet is vermeld. Eveneens in 1978 kwamen, als gevolg van een Protohistorische vindplaatsen in en rond Tusculum (gemeente Monte Porzio Catone, Albaanse heuvels, Italië) 1 L. Alessandri