1 Extreem-rechts, etnocentrisme en onveilig- heidsgevoelens op het Vlaamse platteland Nick Schuermans and Filip De Maesschalck Department of Earth and Environmental Sciences Katholieke Universiteit Leuven Celestijnenlaan 200 E 3001 Heverlee, Belgium Email: Nick.Schuermans@ees.kuleuven.be Full reference: Schuermans, N., De Maesschalck, F. (2007). Extreem-rechts, etnocentrisme en onveiligheidsgevoelens op het Vlaamse platteland. Ruimte en Planning, 27 (2), 10-27. Vlaams Belang verovert platteland Na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 waren analisten, politici en pers het erover eens dat het VB gewonnen had op het platteland. ‘Vlaams Belang verovert platteland’, kopte een krant (Het Nieuwsblad, 09/10/2006). Toch was de algemene teneur dat een nieuwe zwarte zondag was uitgebleven. ‘Geen zwarte zondag’ titelden enkele kranten zelfs letterlijk (De Standaard, 09/10/2006; Het Nieuwsblad, 09/10/2006). Sommige editorialen hadden het over het ‘Begin van het einde’ (Het Laatste Nieuws, 09/10/2006) of ‘Het kan dus’ (De Morgen, 09/10/2006). Figuur 1 toont de scores van het VB voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 tot 2006 uitgesplitst over verschillende ruimtelijke eenheden, namelijk het platteland, de forensenwoonzone, de steden buiten de stadsgewesten en de verschillende zones van het stadsgewest zelf 1 . Belangrijk hierbij is dat het VB na de verkiezingsoverwinning van 1991 sterk geïnvesteerd heeft in de uitbouw van de organisatie buiten de grote steden (De Maesschalck, 2003). Terwijl de partij in 1988 nog maar 57 lijsten had, vooral in stedelijke gemeenten, waren er dat 6 jaar later al 144. Nu heeft het VB met 244 lijsten op een totaal van 308 Vlaamse gemeenten de op één na grootste lokale aanwezigheid, na de klassiek sterk ingeplante CD&V. Omdat de percentages op de grafiek voor elk verkiezingsjaar het gewogen gemiddelde zijn van de 1 Centrumsteden worden gedefinieerd als de centrale steden van een stadsgewest dat verder bestaat uit (1) de agglomeratie, die gevormd wordt door een aantal gemeenten die behoren tot de aangesloten bebouwde ruimte rond die stad en (2) de banlieue, een groep van gemeenten die functioneel geïntegreerd zijn met de centrumstad en voornamelijk wordt bepaald door suburbanisatie. Daarbuiten wordt nog een verschil gemaakt tussen gemeenten die behoren tot (1) de woonzone van de (veelal autochtone, d.w.z. niet gesuburbaniseerde) forensen, (2) het platteland en (3) de steden buiten de stadsgewesten. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd niet betrokken omdat het merendeel van de kiezers er Franstalig is.