113 5 Goede schuttingen maken goede buren Lotte Vermeij 5.1 Inleiding Sociale samenhang in de buurt kan zich verheugen in een grote belangstelling van beleidsmakers. Als bewoners elkaar kennen en zich met elkaar verbonden voelen, zullen ze meer bereid en beter in staat zijn om voor elkaar en hun woonomgeving te zorgen, zo is de gedachte (zie ook hoofdstuk 4). Belangrijk zijn daarbij de ‘kleinscha- lige verbanden, waarin mensen dagelijks met elkaar omgaan’ (wrr 2005: 11). Met een scala aan initiatieven, variërend van de Nationale Burendag tot buurtbarbecues en gesubsidieerde ontmoetingsplekken, wordt vooral in probleemwijken geprobeerd de samenhang tussen buren te bevorderen (Kullberg 2006). De televisie draagt stevig bij aan het beeld dat er veel potentiële betrokkenheid is tussen buren, die vooralsnog onbenut is. Wie op televisie Yvonne Jaspers in ‘Yvon in de buurt’ en haar collega’s van ‘Achter de voordeur’ buren met elkaar in contact ziet brengen, zou bijna onmiddellijk de deur uitgaan om de eigen buren uit te nodigen. 5.1.1 Het belang van buren Toch lijkt het beter de verwachtingen voor burenrelaties bescheiden te houden. Sinds de jaren vijftig staat de lokale omgeving niet meer op zichzelf, maar maakt zij steeds meer onderdeel uit van regionale en stedelijke systemen, waarbinnen bewoners zich verplaatsen om bijvoorbeeld te werken, winkelen of sporten. Deze in ruimtelijk opzicht wijdere oriëntatie van bewoners zorgt ervoor dat de directe lokale omgeving aan belang verliest als sociaal kader van het leven (Van Engelsdorp Gastelaars 2003). Nu nabijheid minder bepalend wordt en tradities minder dwingend worden, zijn mensen minder aangewezen op familie en buren en kunnen zij vrijer kiezen uit de mensen die hun pad kruisen. Hoewel de zelfgekozen vriendschappen vrijblijvender zijn dan de banden met familie en buren, passen vrienden weer beter bij elkaar. Zij bevinden zich vaak in dezelfde levensfase en hebben dezelfde leefstijl. Netwerken met veel vrienden zijn dan ook niet minder waardevol of solidair dan de meer traditi- onele netwerken met veel familie- en burenrelaties (Fischer 1982). Of de ontwikkelin- gen als een teloorgang van de sociale gemeenschap gezien moet worden, of als een bevrijding ervan (Wellman 1979), lijkt vooral een kwestie van interpretatie. Wat overblijft tussen buren wordt wel aangeduid als een community of limited liability (Van Engelsdorp Gastelaars 2003; Hunter en Suttles 1972). Bewoners maken steeds meer hun eigen keuzes bij het vormen van sociale verbanden in de buurt. Niet iedereen is meer bij de buren betrokken, en wie dat wel is, bepaalt daarvoor zijn eigen context. Dit kan de school van de kinderen zijn, maar ook de dorpskroeg of