I 74 VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT Het spook van Tahrir Koenraad Bogaert De deconiture van de Arabische lente? ‘Het spook van Tahrir waart door Afrika’, stelde de Oegandees-Indische professor Mahmood Mamdani in een keynote op 5 mei 2011 aan de Amerikaanse Universiteit van Cairo, hierbij refererend naar een be- roemde 19de eeuwse radicale ilosoof. 1 Op dat moment waren zowat alle Noord- Afrikaanse landen verwikkeld in hun eigen lokale versie van de Arabische lente en sloeg het sociaal protest hier en daar al over naar de rest van het Afrikaanse continent, onder andere in Oeganda waar Mamdani woont. Toen kon hij echter nog niet weten dat datzelfde spook vandaag in alle conti- nenten van de wereld is neergestreken. Op 15 mei bereikte het Spanje, waar de zo- genaamde indignados de pleinen van Ma- drid, Barcelona en andere Spaanse steden bezetten. In hun kielzog trokken duizenden demonstranten over de straten van de an- dere Europese steden. In de Verenigde Staten sloegen activisten van Occupy Wall- street op 17 september hun tenten op in het hart van het inanciële centrum van New York en doopten ze het kleine Zucotti Park tussen de wolkenkrabbers om tot ‘Liberty Square’. In een paar weken tijd doken er occupiers op in honderden steden verspreid over heel Amerika en ruim tachtig an- dere landen. De wereldwijde betoging op 15 oktober 2011 lokte duizenden demon- stranten op straat in meer dan 900 steden verspreid over de hele wereld. Verschil- lende studentenprotesten in landen als Chili, Groot-Brittannië, Mexico en Canada verwezen ook elk naar hun eigen lente of gebruikte de bezetting als de uitverkoren tactiek om hun eisen kracht bij te zetten. Maar hoe verklaar je dit inspirerende effect van wat we nu de Arabische lente noemen? Hoe verklaar je dat over de hele wereld mensen vanuit zeer verschillende lokale contexten zich optrekken aan het model van Tahrir? Het bezetten van pleinen, massa-mobilisaties, nieuwe vormen van or- ganisatie en communicatie, … Het lijkt wel of de duizenden mensen in de Arabische straten niet alleen de binnenlandse politiek op zijn kop zetten, maar de hele wereld wakker schudden? In dit artikel wil ik eerst en vooral dieper ingaan op de meer struc- turele oorzaken van de Arabische lente. Dit biedt ons de kans om een ander licht te wer- pen op de recente massale mobilisaties en opstanden in de regio en om een aantal pa- rallellen te trekken met de golf van opstan- den en sociaal protest in andere delen van de wereld. De Arabische lente was niet alleen een roep om meer democratie. Integendeel, als men de recente geschiedenis bekijkt dan merken we dat er ook andere bezorgdheden en eisen aan de basis liggen van het protest. Zoals blijkt uit de spandoeken en slogans in de straten van Caïro, Tunis en de vele an- dere kleine en grote steden in de regio, eis- ten de vele duizenden demonstranten niet alleen meer politieke rechten en vrijheid, maar ook vooral een rechtvaardiger en so- cialer economisch beleid. Vervolgens im- pliceert de sociale strijd van de Arabische volkeren een veel bredere politieke dimen- sie. Dit werd al heel snel duidelijk in de manier waarop de verschillende opstanden, en dan vooral die op het Tahrir-plein, hun nationale karakter zeer vlug hebben over- stegen. Het Tahrir-plein werd al vlug een wereldwijd politiek symbool. En dit effect heeft een belangrijke ruimte gecreëerd voor nieuwe politieke vormen van organisatie en voor nieuwe politieke ideeën wereldwijd. De Arabische lente als een event De Arabische lente kwam voor vele ob- servatoren als een totale verrassing. Hoe- wel het precieze moment van zulke dras- tische gebeurtenissen nooit kan worden voorspeld, is het toch verrassend dat de Arabische revoluties meestal worden om- schreven als, en zelfs gereduceerd tot, een plotse uitbarsting van volkswoede en mas- saal protest. Wat dan zogezegd startte op 17 december 2010, met de zelfverbranding van Mohamed Bouazizi, wordt gezien als een ‘event’, als een plotse hevige verstoring op de lineaire tijdslijn van de geschiedenis. De Arabische volkeren die jarenlang be- schouwd werden als passieve subjecten die hopeloos de uitbuiting en vernederingen ondergingen van hun autoritaire leiders, waren plots als bij wonder opgestaan. Op het einde van 2008 schreef de Fransman Dominique Moïsi, hoogleraar aan Harvard University, nog dat ‘de Arabische wereld verstrikt [bleef] in tragedie en in de nega- tieve emotie van ressentiment’. Volgens hem wezen ‘veel Arabische gematigden (…) de idee van vreedzame verandering en actief burgerschap af, uitgaand van de veronderstelling dat alle politieke leiders leugenachtig en corrupt zijn’. 2 Moïsi was niet de enige die hiervan uitging. Deze visie is niet alleen het gevolg van een ge- brekkige kennis over wat er al jarenlang broeide in de Arabische regio, maar duidde ook op een fundamenteel onbegrip van de politieke reikwijdte en betekenis van de Arabische lente. Eerst en vooral moeten we de spectaculaire gebeurtenissen in het begin van 2011 in Egypte, Tunesië en andere landen zoals Libië, Syrië, Bah- rein, Jemen, Marokko en Jordanië zien als (voorlopige?) hoogtepunten in een proces dat al jarenlang aan de gang was. Al sinds een tiental jaar nam het sociaal protest in De mondiale sociale strijd van vandaag heeft dus vooral een belangrijke ruimte geschapen. De ruimte om opnieuw enkele essentiële en fundamenteel kritische vragen te stellen.