1 Institut de Recherches Economiques et Sociales de l'Université Catholique de Louvain Het Plan voor de begeleiding en opvolging van werklozen, hierna beknopt “het Plan”, dat in juli 2004 in België werd ingevoerd, beoogt een betere opvolging en begeleiding van werklozen bij hun zoektocht naar een baan. Die hervorming krijgt gestalte via een betere coördinatie tussen de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) en de diensten voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding van de gewesten en de gemeenschappen 3 , hierna beknopt de “regionale tewerkstellings- diensten”. Enerzijds staat de RVAin voor de opvolging van de uitkeringsgerech- tigde werklozen via de procedure voor de activering van het zoekgedrag naar werk: hun zoekinspanningen worden periodiek geëvalueerd tijdens individuele gesprekken en indien die inspanningen onvoldoende zijn, kunnen sancties wor- den opgelegd. Anderzijds versterken de regionale tewerkstellingsdiensten de begeleiding van alle werklozen via een reeks activeringsmaatregelen: individue- le evaluatiegesprekken, inschakelingstrajecten, steun bij het zoeken naar werk, opleidingen, enzovoort. In dit nummer van Regards économiques stellen wij de resultaten voor van een onderzoek naar de impact van de startfase van het ÉCO N O M IQ UES REGARDS Une publication des économistes de l'UCL Bevordert het Plan voor de begeleiding en opvolging van w erklozen de overgang naar w erk ? 1 Januari 2007 • Nummer 49 Bart Cockx Het Plan voor de begeleiding en de opvolging van werklozen, dat in juli 2004 in België inge- voerd werd, combineert stimuli en sancties. Het is enerzijds gericht op een betere begelei- ding van de zoektocht naar werk, een beter opleidingsaan- bod en andere activeringsmaat- regelen. Anderzijds wordt het zoekgedrag naar werk van uit- keringsgerechtigde werklozen nauwgezetter gecontroleerd en worden sancties voorzien indien de inspanningen onvoldoende zijn. Deze studie evalueert de impact van de startfase van dit plan op de overgang naar werk. De evaluatie heeft betrekking op uitkeringsgerechtigde werklo- zen van 25 tot 29 jaar. 1 Dit artikel vat de resultaten samen van een studie opgedragen door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in het kader van een programma gefinancierd door de FOD Wetenschapsbeleid getiteld “Actie ter ondersteuning van de strategische prio- riteiten van de federale Overheid”. De studie is het resultaat van de samenwerking van Bart Cockx, Anne Defourny, Muriel Dejemeppe en Bruno Van der Linden. Het rapport is in pdf-formaat, maar enkel in het Frans beschikbaar op http://www.uclouvain.be/4711.html. 2 De steun van de FOD Wetenschapbeleid en de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is onontbeerlijk gebleken voor de wording en afronding van deze studie waarvoor onze dank. Wij bedanken tevens de RVA, de Kruispuntbank, de Sociale Zekerheid, de VDAB, de BGDA en de FOREM voor hun waardevolle medewerking. Tenslotte gaat onze dank uit naar Vincent Bodart en Jean Hindriks voor het nalezen van deze tekst. 3 De diensten voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding van de gewesten en de gemeenschappen zijn de FOREM in het Waalse gewest, de BGDA in het Brussels Hoofdstedelijk gewest, de VDAB in het Vlaamse gewest en de ADG voor de Duitstalige gemeenschap. Muriel Dejemeppe Bruno Van der Linden 2