ERNST-OTTO ONNASCH Wegen in de wijsbegeerte Overwegingen bij een KNAW-advies over de toekomst en perspectieven van iefilosofiein Nederland met een pleidooi voor spmitjesfilosofie Dat de werking van de geest langzaam is, weten we sinds HegeL Maar zó langzaam? Een discussie die op 5 februari 1999 door de Raad voor Geesteswetenschappen, van de KNAW over de toekomst van de Nederlandse filosofie is gehouden, wordt pas vijfjaar later gepubliceerd. 1 Met veel omhaal moet daarom ook een en ander worden uitge- legd: het gaat om een 'advies', dat zo moet worden uitgelegd dat het eigenlijk een dis- cussiestuk is. Veel stof heeft dit 'advies' of discussiestuk in. filosofisch Nederland in ieder geval totnogtoe niet doen opwaaien. Van enige breed te werking is mij sinds het verschijnen in 2004 niets bekend. Het 'advies' wordt alom genegeerd. Ik weet maar van één wijsgerige faculteit waar het stuk door de staf is bediscussieerd. Het is stil, heel stil rond het 'advies'. Dit ligt wellicht ook aan de kwaliteit ervan, die zo abominabel is dat dit maar moeilijk valt te verbloemen. Maar het wordt zo langzaam aan tijd wijs- gerig Nederland uit de roes te helpen. Bij de KNAW is het ook niet alles goud wat er blinkt. Gewone mensen, met gewone persoonlijke drijfveren die ze ook niet onder stoelen of banken, steken. Een op de traditie van de Nederlandse filosofie geënte visie op de toekomst ontbreekt geheel. Echte filosofie moet van ver worden geïmporteerd, liefst uit de VS natuurlijk, als de dood dat men lijkt voor een fiiosofiebeoefening die nog wat naar spruitjes ruikt. Hiervoor zal ik aan het eind een klein pleidooi voeren. Enkele woorden over de formele structuur van het stuk. Dit heeft een 'Ten geleide' van ruim één pagina dat iets doet vermoeden over de inhoud. Men. wil een soort sterk- te-zwakteanalyse geven van het Nederlands wijsgerig onderzoek, waar geen conclu- sies aan moeten worden verbonden. Wel wordt de hoop uitgesproken dat een en ander 'een interessante discussie in het vakgebied' tot stand zal brengen. Hierna volgen elf pagina's tekst die uitmonden in een soort 'advies', waarbij een aantal adviezen gewoon 29 uit de lucht komen vallen, althans de argumenten hiervoor worden in de voorafgaan- de pagina's niet genoemd. Vervolgens komen de drie essays van Herman De Dijn, Johan van Benthem en John North die het vertrekpunt vormden van de discussiebij- Krïsis 2005 | 2 eenkomst op 5 februari. 1999. 2 Hoewel de essays in stilistisch opzicht lof verdienen (soms zijn de dingen zó elegant gezegd dat zulke passages in de inleidende tekst zon- der aanhalingen zijn overgenomen), zijn ze geplaveid met typfouten of raar lopende zinnen, zoals je ze bijvoorbeeld in papers van studenten aantreft. Is de KNAW zo arm-