5 types als die een computer tilt doen slaan Bert Cappelle Klaar voor een portie hogere logica? Nee? Wel, geen probleem. Want in deze bijdrage komt er weinig logica bij kijken, ook al hebben we het over zinnen ingeleid door als. In spontaan taalgebruik gebruiken wij, voor de vuist weg babbelende kletsmajoors als we zijn, een als- dan-relatie lang niet altijd zo keurig als een programmeur van computeralgoritmes het zou aanpakken. Ziehier vijf types als-zinnen die in interactie met een logisch redenerende computer geheid een fatal system error zouden opleveren. De types in kwestie worden door Renaat Declerck en Susan Reed, in hun lijvig boek Conditionals uit 2001, ‘retorische conditionele zinnen’ gedoopt. Het zijn dus neven en nichten van de bekendere retorische vraag (zoals Wie had dát gedacht? of Hé, kun je niet uitkijken?), die geen echte vraag is omdat ze geen antwoord behoeft. Zo ook zijn retorische voorwaardelijke zinnen eigenlijk geen echte voorwaardelijke zinnen. Om dat zo meteen in te zien, moeten we het er wel eerst over eens zijn wat een ‘gewone’ als-zin geacht wordt te doen. Welnu, het als-gedeelte in een voorwaardelijke zin omschrijft normaal een omstandigheid – een conditie dus, vandaar ‘conditionele zin’ – waaronder de situatie plaatsvindt die in het andere deel wordt genoemd (Als je niet doet wat ik zeg, dan krijg je straf of Als het regende, dan mochten we tv kijken) of een omstandigheid waaronder de spreker dat andere deel als een geldige gevolgtrekking kan poneren (Als zijn alibi klopt, dan kan hij de moord niet gepleegd hebben of Als het vandaag dinsdag is, dan moet dit België zijn). Maar dan nu de speciale gevallen. 1. De balans-als Er bestaat een vergelijkende als-zin, maar die is niet te verwarren met zinnen als Na twintig keer vouwen is een velletje papier even dik als een voetbalveld lang is (wat klopt, en later trouwens meer over voetbal). Nee, het gaat wel degelijk om een als-zin in een voorwaardelijke constructie. Alleen drukt die constructie hier alleen een zekere mate van overeenkomst of contrast uit tussen de bijzin (het als-gedeelte) en de hoofdzin (de rest van de zin). In de volgende zin wil de schrijver zeggen dat de hoofdzin evenveel feitelijkheid heeft als de als-zin: Als Amsterdam de hoofdstad is van de Free Speech, dan is het ook het wereldcentrum van de harde vervolging ervan. (www) En in het volgende voorbeeld wordt er juist een bepaald verschil tussen twee zaken in de verf gezet: ‘Als Amsterdam de stad van mijn jeugd is,’ zegt Appel, ‘dan is Parijs de stad van mijn ontwikkeling. Wat ik daar leerde, is belangrijker voor me dan de rest.’ (www) Declerck en Reed bespreken bij dit type onder andere ook nog toegevende zinnen, waarvan we hier een voorbeeld hebben: Als we uiteindelijk toch misschien niet iedere noot van deze immense partituur hebben gehoord, dan was het toch een zeer volledige versie die in Pesaro uitgevoerd werd, balletten inbegrepen, goed voor meer dan vier uur muziek. (www) Het is in deze zinnen duidelijk niet zo dat het als-gedeelte een omstandigheid noemt waarin de hoofdzin waar is of waarin de situatie in de hoofdzin zich voltrekt. Een mens heeft dit meteen door. Maar probeer als computer maar eens je bedrading koel bij te houden.