VERPLICHTE TOPICALISATIE VAN KALE ENKELVOUDEN: DE FEIT IS DAT-CONSTRUCTIE Jack Hoeksema Ach, in feite kunnen mij Hermans’ motieven weinig schelen. Misschien maakt Weinreb géén schuldgevoel bij hem wakker. Misschien is hij vroeger eens geslagen door iemand met een baard. Feit is en blijft, dat Hermans tegenover Weinreb een totaal disrespect voor de waarheid demonstreert, feit is dat hij zich schuldig maakt aan de meest stalinistische geschied- vervalsing, feit is dat je in elke zin over Weinreb een leugen kunt aan- strepen, feit is dat hij Weinreb ongelofelijk schunnig heeft behandeld. (Renate Rubinstein) 1. Inleiding 1 Dit artikel gaat over het gebruik van woorden als feit zonder een voorafgaande deter- minator dat in het bovenstaande motto zo overdadig is geïllustreerd. In het algemeen (even afgezien van telegramstijl, krantenkoppen, dagboeken, voetbalverslagen e.d., alsook diverse idiomen en nevenschikkingen) staat het Nederlands zogeheten kale nomina, dat wil zeggen, zelfstandige naamwoorden zonder voorafgaande determinator, slechts toe bij meervouden en bij niet-telbare substantieven (“mass nouns”): (1) a. Henk at zeep. b. Henk at mosselen. c. *Henk at mossel. d. Henk at bami/*bamibal e. Henk at pizza. (niet-telbaar) f. *Henk liet pizza vallen. (telbaar) In dit opzicht lijkt onze taal sterk op het Engels en het Duits, die ook deze eigenschap hebben, en wijkt het af van het Frans, dat vrijwel overal een determinator vereist. Op deze algemene regelmaat bestaan een aantal uitzonderingen, die overigens ook weer tegenhangers in het Engels en het Duits kennen. Zo kunnen sommige predikaatnomina zonder lidwoord voorkomen: (2) a. Mijn vader is accountant. b. Mijn oom is beroepssoldaat. c. Mijn tante is waarzegster. d. Je bent vader of je bent het niet. e. Maak me maar penningmeester. f. Piet is penningmeester-af. Ook na sommige preposities is zoals bekend het lidwoord niet altijd verplicht, zij het dat de omstandigheden waaronder dit het geval is nog niet volledig zijn opgehelderd: