.. ·VlTA <Albrecht Oiem - prn!'«. I a .... - @n liefde, vrees en zwijgen .. - "..... . ·.iifoties en 'emotioneel beleid' in vroegmid- kloosters In het onderstaande artikel analyseert Albrecht Diem enkele vroegmiddeleeuwse kloosterregels. Op deze wijze toont hij aan hoe men binnen gesloten gemeenschappen door middel van disciplinering van het gedrag emoties als liefde en wellust probeerde te beheersen. In een recent verschenen studie over emoties in hun sociale context wordt een interessante casus opgevoerd. Stewardessen (en stewards) worden getraind om gedurende de hele vlucht vriendelijk te glimlachen en door hun lichaamshouding vrolijkheid uit te stralen, onafhankelijk van wat er in het vliegtuig gebeurt en ook onafhankelijk van alle eigen gevoelens. Het beoogde effect is dat er in het vliegtuig een prettige sfeer ontstaat, maar ook dat door de gelaatsuitdrukking de innerlijke houding van de stewardess zelf verandert. De idee erachter is dat de verhouding tussen gevoel en expressie geen eenrichtingsverkeer is. De expressie is niet alleen een weergave van het gevoel; het is mogelijk om door een bepaalde expressie, gecombineerd met het bewuste spelen en zichzelf suggereren van gevoelens de innerlijke staat te veranderen. I Wie leert om altijd vrolijk en vriendelijk te glimlachen wordt op dat moment zelf vrolijk en vriendelijk. Dit artikel gaat niet over stewardessen en de sociale dynamiek in vlieg- tuigen. 2 Wat mij interesseert, is het principe dat erachter ligt: de poging om binnen gesloten gemeenschappen door middel van het disciplineren van gedrag greep te krijgen op de achterliggende emoties en motivaties, dus 1 Zie Jonathan Turner en Jan Stets, The sociology of emotion (Cambridge 2005) 35-40. 2 Dit artikel verwerkt resultaten uit het onderzoekswerk verricht in het kader van het Wittensteinpreis-project Ethnische Identitäten im frühmittelalterlichen Europa aan het Institut für Mittelalterforschung der Österreichische Akademie der Wissenschaften, Wenen, gefinancierd door het Fonds zur Färderung der wissenschaftlichen Forschung. Ik wil graag Marc Saurette (Université Laval, Québec) voor zijn literatuuradviezen en Gerda Heydemann, Floris Meens, Dries Zwaan en Matthieu van der Meer voor hun adviezen op taal en inhoud bedanken. 409