De Catalogus virorum illustrium uit de abdij van Afligem, autograaf, datering en auteurschap. frans j. van droogenbroeck Van een aantal beroemde Latijnse literatoren is het oeuvre slechts bekend dankzij het bestaan van bio-bibliograische lijsten. Deze compilaties staan op het actief van gedenkwaardige schrijvers zoals Suetonius Tranquillus (ca. 120), Hiëronymus van Stridon (ca. 392), Gennadius van Marseille (ca. 495), Isidorus van Sevilla (ca. 615), Ildefonsus van Toledo (ca. 650), Sigebertus van Gembloers (ca. 1100), Honorius van Autun (ca. 1120), Wolfger van Prüfening (ca. 1140) en Trithemius van Sponheim (ca. 1495). In één adem rekent men tot dit indrukwekkend gezelschap ook de anonieme auteur van de zogenaamde Catalogus virorum illustrium. Deze verzameling telt zestig religieuze schrijvers uit de periode 1050-1300 en werd lange tijd verkeerdelijk toegeschreven aan de theoloog Hendrik van Gent († 1293), magister aan de universiteit van Parijs. In de huidige stand van de bronkritiek lieert men de al druk becommentarieerde literatuurlijst aan een geestelijke uit de abdij van Afligem, Hendrik van Brussel († 1309/1310). Het debat over de toewijzing van het auteurschap van de Catalogus virorum illustrium (hierna afgekort tot CVI) heeft nochtans nog lang niet haar inale bereikt. Ofschoon de brontekst al meermaals werd uitgegeven 1 en ondertussen veelvuldig toepassing vond in een sterk internationaal gediversiieerd literatuurbestand, blijven essentiële wetenswaardigheden over de datering en het ontstaansmilieu nog steeds met gissingen en twijfels omgeven. In deze bijdrage proberen we met een andere aanpak de voornaamste onduidelijkheden uit de weg te ruimen. We vertrekken daartoe uit de 1 De editio princeps verscheen in 1580 te Keulen: Petri, De illustribus Ecclesiae scriptoribus. Een nieuwe tekstuitgave op basis van het handschrift Brussel, KB, mss 1770-77 volgde in 1639 te Antwerpen: Miraeus, Bibliotheca Ecclesiastica, 161-173. Deze editie werd in 1719 heruitgegeven te Hamburg: Fabricius, Bibliotheca Ecclesiastica 2, 118-140. De jongste tekstuitgave op basis van vier van de vijf bewaard gebleven handschriften dateert van 1970: Häring, ‘Der Literaturkatalog von Afligem’, 64-96.