Psychoanalytische Perspectieven, 2013, 31, 4: /// KANT MET SADE, SADE MET KANT Lode Lauwaert Hoger Instituut voor Wijsbegeerte Kardinaal Mercierplein, 2 bus 3200, B-3000 Leuven Tel.: ++/32/(0)494 59 37 06, lode.lauwaert@hiw.kuleuven.be Samenvatting: Tijdens de jaren 1960 van de vorige eeuw, in een periode waar tal van toonaangevende denkers zich voor Sade interesseren, schrijft ook de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan een tekst over het literaire oeuvre van de libertijnse aristocraat D.A.F. de Sade, in die tijd ook wel eens de goddelijke markies genoemd. Die tekst, met als titel "Kant avec Sade", wordt later door filosofen, psychoanalytici en cultuurwetenschappers wel aangehaald maar weinig besproken. Dat heeft onder andere daarmee te maken dat Lacans tekst wegens de barokke schrijfstijl, de slordige formuleringen en het suggestieve taalgebruik een vlotte lectuur in de weg staat. Nochtans loont het de moeite die tekst van naderbij te bekijken. De centrale gedachte luidt immers dat Sades oeuvre de waarheid van Kants moraalfilosofie is. In voorliggend artikel laat de auteur zien dat die even opmerkelijke als uitdagende these op minstens twee manieren kan worden begrepen. Daarbij aansluitend wordt geargumenteerd dat Lacans stelling ook in omgekeerde richting kan worden gelezen, hoewel Lacan dat zelf nergens als dusdanig zegt. Kant, zo wordt in de derde sectie aangetoond, is volgens Lacan ook de waarheid van Sade. Sleutelwoorden: Lacan, Sade, Kant, Ethiek, Moderniteit. Ontvangen: 16 september 2013; Aanvaard: 25 oktober 2013. Inleiding Op 29 oktober 1974 in Rome, twee dagen voor het begin van het vierdaagse congres van de École freudienne de Paris, beweert Lacan tijdens een persconferentie dat wat filosofen vertellen door de meeste mensen vaak als oninteressant wordt beschouwd. Wanneer zij een publiek weten te boeien, dan is het aantal belangstellenden meestal dun gezaaid. Dat geldt ook voor één van zijn eigen teksten waarin hij meerdere filosofen de revue laat passeren en waarin hij onder meer aansluit bij een eeuwenoude filosofische thematiek. Zo laat hij zich tijdens zijn antwoord op een vraag van een Italiaanse journaliste het volgende ontvallen: "Niemand heeft bovendien de minste aandacht