1 “Ben jij een filmster?” Onverwachte complicaties in onderzoek met jonge meisjes Linda Duits Inleiding Meisjescultuur in Nederland zorgt regelmatig voor ophef in de media. Of het nu gaat om vermeende seksualisering vanwege videoclips of om pestgedrag online, ouders en opvoeders maken zich zorgen over wat er zich voltrekt in de wereld van jonge meisjes. Het is daarbij opmerkelijk dat er steeds apart wordt gekeken naar autochtone en allochtone meisjes. Gaat het bij de eersten bijvoorbeeld om te weinig bedekking, gaat het bij de laatsten om te veel bedekking. Met mijn proefschrift (Duits, 2008) heb ik getracht dat onderscheid te voorkomen en meisjescultuur als geheel te onderzoeken. Ik wilde weten hoe meisjes zichzelf positioneerden in de multiculturele samenleving. Vooral was ik geïnteresseerd in de rol die stijl (kleding en het gebruik van populaire cultuur) daarin speelde. Om dit te onderzoeken bracht ik in 2005/2006 acht maanden door in groep 8 van twee verschillende Amsterdamse scholen. Daarna volgde ik deze meisjes in de overgang naar de brugklas. Naast participerende observatie nam ik ook diepte-interviews af en voerde ik focusgroepen uit. Centraal stond steeds de wijze waarop meisjes zelf betekenis geven aan hun cultuur. Mijn onderzoek was daarom ingegeven door een interpretatieve epistemologie, gepaard aan een constructivistische ontologie. Mijn etnografisch onderzoek onder Amsterdamse meisjes in de leeftijd van 11 tot 13 jaar leidde tot de conclusie dat meisjes van verschillende etnische achtergronden meisjescultuur op eenzelfde manier creëren. Die cultuur is vooral te kenschetsen als normaal en alledaags en is niet zo spectaculair als de media en bepaalde onderzoekers doen voorkomen. Meisjes positioneren zich door verschillende performancepraktijken (zoals kleding en praten over popsterren) te gebruiken, waarop ze constant reflecteren. Het resultaat is een verscheidenheid aan subjectposities, die echter niet zomaar gekozen kunnen worden. Ten eerste omdat niet alle meisjes in dezelfde mate toegang hebben tot deze performance praktijken (door ouderlijk toezicht of financiële beperkingen), ten tweede omdat de onderlinge normen en het dominante discours bepaalde identificaties voorschrijven of uitsluiten. Hoewel mijn onderzoek plaatsvond op twee verschillende scholen met twee groepen meisjes die onderling veel verschilden in termen van klasse en etniciteit, benadruk ik mijn proefschrift de overeenkomsten tussen die meisjes. Dat betekent echter niet dat de meisjes in een zelfde omgeving opgroeien. Wat waren de implicaties van hetzelfde veldwerk doen op twee heel verschillende scholen? In deze bijdrage reflecteer ik op mijn veldwerk. In mijn bespreking van de strategische en praktische keuzes die ik moest maken, laat ik aan de hand van voorbeelden en anekdotes zien hoe ik op één school verwikkeld raakte in een ingewikkelde driehoeksrelatie tussen leerlingen, leerkrachten en de onderzoeker. In de conclusie doe ik enkele aanbevelingen voor toekomstige onderzoekers.