Een internationaliseringsketen van basisonderwijs tot wereldburger en het werkveld Robert Coelen In het hoger onderwijs wordt mondiaal steeds meer aandacht geschonken aan internationalisering van de instelling. De momenteel meest gangbare interpretatie van dit concept is dat de onderwijsinstelling tracht door middel van een aantal activiteiten een internationale dan wel interculturele dimensie toe te brengen aan het onderwijs, onderzoek, en eventuele maatschappelijke functies die ze uitvoert. Ook in het secundaire onderwijs wordt steeds meer aandacht gevraagd voor dit onderwerp. De ontwikkeling van het ELOS concept en de opmars van TTO scholen zijn hiervan een goed voorbeeld. Nog recenter is de pilot tweetalig primair onderwijs die in het schooljaar 2014‐2015 is gestart. Opgemerkt moet worden dat tweetalig onderwijs niet per sé internationalisering genoemd mag worden, maar er wel een onderdeel van kan zijn. Een mooie bijwerking van tweetalig onderwijs, die sterk zou kunnen inspelen op internationalisering in een bredere zin, is wel dat het mogelijkerwijze een positieve invloed heeft op de vroegere ontwikkeling van de executieve functies en een versterking en bestendiging van die functies voor volwassenen (Bialystok, 2007). Deze functies worden ingeschakeld in complexe situaties en het is voorspelbaar dat interculturele interacties, als een voorbeeld van zulke situaties, een beroep doen op de executieve functie. Nog los van een verbreding van toegankelijkheid van communicatieve situaties waar een vreemde taal nodig is en dus meer interculturele interacties mogelijk maakt, lijkt het er op dat tweetaligheid kan bijdragen aan de kwaliteit van de interactie door betere beheersing van de executieve functies. De ontwikkeling van internationalisering komt uiteindelijk de afgestudeerde in de toekomstige maatschappij en zijn werkgever ten goede. In een steeds meer globaliserende wereld, waarin goederen, mensen, en ideeën steeds meer grensoverschrijdend zijn is het moeilijk te bedenken dat men nog uitsluitend mono‐cultureel kan bezig zijn. Ook de op ons afkomende problemen van wereldbelang (klimaatverandering, beschikbaarheid van water en voedsel, etc.) maken het noodzakelijk dat we ons steeds beter kunnen inleven in de belangen van andere mensen en dat we de effecten van ons bestaan op anderen elders in de wereld steeds beter gaan begrijpen. Nog belangrijker is dat we jonge mensen opleiden om innovatief aan de slag te kunnen laten gaan om deze mondiale problemen op te lossen in samenhang met mensen elders in de wereld. Overigens zullen we het wereldbeeld zoals dat bij ons is ontwikkeld aan het einde van de vorige eeuw, vooral moeten loslaten. In 2030, volgens voorspellingen en op basis van huidige