Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde 628 117 | december 2010 Patiëntveiligheid in tandartspraktijken in 2009 T.G. Mettes, J.M. Bruers, W.J.M. van der Sanden, L. van Eeten- Kruiskamp, R.H. van der Horst, M. Harmsen, M. Wensing Onderzoek en wetenschap In de afgelopen jaren zijn diverse rapporten gepubliceerd die erop wijzen dat incidenten in zorginstellingen structureel voorkomen. In 2009 werd een landelijk onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg, waaronder ook de zorg in tandartspraktijken. In 20 willekeurig geselecteerde praktijken werd dossieronderzoek verricht en mondzorgverleners meldden 2 weken lang de incidenten die zich voordeden. Per praktijk screenden 2 onderzoekers, met behulp van een checklist, 50 willekeurig geselecteerde dossiers over een periode van 1 jaar. In totaal kwamen in de 1.000 dossiers 8 incidenten voor (0,8%). Het melden van incidenten tijdens de 2 onderzoeksweken leverde 7 incidenten op. Nagenoeg alle incidenten betrofen diagnostiek of behandeling en hadden beperkte schadelijke gevolgen voor de patiënt. Op basis van deze uitkomsten lijkt zorgverlening in tandartspraktijken veilig, maar het begrip patiëntveiligheid leet bij tandartsen niet of nauwelijks. Verbetering van de kwaliteit van de verslaglegging in patiëntendossiers lijkt wenselijk. Mettes TG, Bruers JM, Sanden WJM van der, Eeten-Kruiskamp L van, Horst RH van der, Harmsen M, Wensing M. Veiligheid van de zorgverlening aan patiënten in tandartspraktijken in 2009 Ned Tijdschr Tandheelkd 2010; 117: 628-636 doi: 10.5177/ntvt.2010.12.10184 r e d a c t i e n t v t q - k e u r m e r k k e n n i s t o e t s Inleiding In de Verenigde Staten verscheen in 1999 het gerucht- makende rapport ‘To err is human’ (Kohn et al, 2000). Jaar- lijks zouden ten minste 50.000 Amerikanen overlijden als gevolg van onnodige of foutieve medische handelingen. In reactie op het rapport ontwikkelde zich internationaal een onderzoeksterrein specifiek gericht op het meten en het ver- beteren van de patiëntveiligheid (Nolan, 2000; Aron et al, 2002; Sandars et al, 2003; Hobgood et al, 2004). Ook zijn diverse conceptuele kaders en classificaties voor patiënt- veiligheid in de gezondheidszorg ontworpen (Sherman, 2009; Runciman, 2009; Thomson, 2009). Sinds enkele jaren is ook in Nederland het wetenschap- pelijk onderzoek naar patiëntveiligheidsaspecten in de klinische praktijk en zorginstellingen tot ontwikkeling gekomen (Wagner et al, 2005; Wetzels et al, 2008). In Nederlandse ziekenhuizen overlijden door vermijdbare medische fouten naar schatting 1.650 patiënten per jaar (Zegers et al, 2007). Uit recent onderzoek in de tweedelijns- zorg bleek dat bij ‘snijdende specialisten’ in de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie het percentage onbedoelde gebeurtenissen met zorggerelateerde schade zonder blij- vende beperking 1,9 bedroeg (Wagner et al, 2009). Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een meer dan normale peri- ode van pijn en ongemak als gevolg van een behandeling. Naar patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg is echter nog weinig onderzoek gedaan. Daarom werd dit onderzoek in tandartspraktijken opgezet. Het betrof in het bijzonder de veiligheid rondom het primaire proces. Door dit beschrij- vende wetenschappelijk onderzoek krijgt de beroepsgroep inzicht in frequentie en oorzaken van onbedoelde schade en kunnen verbeterprojecten in gang worden gezet. Het onderzoek richtte zich nadrukkelijk niet op de schuldvraag of op de vraag welke zorgverlener in een keten van zorg een incident had veroorzaakt, maar op het verkrij- gen van inzicht in processen en organisatorische factoren die ten grondslag kunnen liggen aan onveilige situaties. Vanuit dit perspectief kan het patiëntveiligheidsonderzoek worden gerekend tot het domein van het implementatie- onderzoek dat is gericht op de evaluatie van veranderings- processen in de niet-optimale zorg. Wagner en van der Wal (2005) definieerden patiënt- veiligheid als “het (nagenoeg) ontbreken van (de kans op) aan de patiënt toegebrachte schade (lichamelijk/psychisch), die is ont- staan door het niet volgens de professionele standaard handelen van zorgverleners en/of door tekortkoming van het zorgsysteem”. Schade die het gevolg is van handelen volgens de profes- sionele standaard valt dus niet onder deze definitie. Deze algemene begripsomschrijving van patiëntveiligheid ver- dient in de context van de eerstelijns zorgverlening nuance- ring en nadere uitwerking. Verder geldt als uitgangspunt dat om te kunnen spreken van een kans op schade (zonder dat sprake is van daadwerkelijke schade) het risico op schade wetenschappelijk bewezen moet zijn of binnen de beroeps- Wat weten we? Kennis over patiëntveiligheid is vooral gebaseerd op onder- zoek in de tweedelijns gezondheidszorg. Er is weinig onder- zoek gedaan naar patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg met betrekking tot het primaire zorgverleningproces. Wat is nieuw? De aandacht voor veiligheidsaspecten in de gezondheids- zorg neemt toe. Daardoor ontstaat in het onderzoek naar de kwaliteit van zorg een nieuw aandachtsgebied: kwaliteit en veiligheid. Praktijktoepassing Door beschrijvend wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid krijgt de beroepsgroep inzicht in de frequentie waarmee incidenten en/of complicaties optreden in de mondzorg. Door systematische analyse van mogelijke oorzaken kunnen bestaande werkpatronen in de praktijk worden verbeterd en kan de omgeving veiliger worden gemaakt voor patiënten.