5 Kelten 53 (februari 2012) Artikelen Angelsaksische percepties van Kelten D e vroege middeleeuwen in Groot-Brittannië e vroege middeleeuwen in Groot-Brittannië zijn altijd al onderwerp van discussie ge- zijn altijd al onderwerp van discussie ge- weest, en wel om twee redenen: er is veel weest, en wel om twee redenen: er is veel gebeurd en we hebben weinig bronnen uit die tijd zelf gebeurd en we hebben weinig bronnen uit die tijd zelf die deze gebeurtenissen bevestigen. In grote lijnen is die deze gebeurtenissen bevestigen. In grote lijnen is het duidelijk dat er na het vertrek van de Romeinen het duidelijk dat er na het vertrek van de Romeinen rond 410 n. Chr. geleidelijk aan Germaanse stammen rond 410 n. Chr. geleidelijk aan Germaanse stammen van het vasteland naar het eiland kwamen en daar ver- van het vasteland naar het eiland kwamen en daar ver- volgens in aanraking kwamen met de overgebleven volgens in aanraking kwamen met de overgebleven (Romano-)Brits-Keltische bevolking. We weten ook dat (Romano-)Brits-Keltische bevolking. We weten ook dat er tegen het einde van de zevende eeuw enkele nieu- er tegen het einde van de zevende eeuw enkele nieu- we Angelsaksische koninkrijken zoals Wessex, Essex en we Angelsaksische koninkrijken zoals Wessex, Essex en Mercia waren gevormd, en dat het grootste gedeelte Mercia waren gevormd, en dat het grootste gedeelte van de Keltische bevolking toen te vinden was in de van de Keltische bevolking toen te vinden was in de gebieden die wij nu kennen als onder andere Wales en gebieden die wij nu kennen als onder andere Wales en Cornwall. Hoe dit precies tot stand kwam blijft echter Cornwall. Hoe dit precies tot stand kwam blijft echter onderwerp van discussie, evenals de relatie tussen de onderwerp van discussie, evenals de relatie tussen de Brits-Keltische en de Angelsaksische bevolking die uit Brits-Keltische en de Angelsaksische bevolking die uit deze nieuwe situatie voortvloeide. Wat voor soort con- deze nieuwe situatie voortvloeide. Wat voor soort con- tacten vonden er plaats? Op welke manier ging men tacten vonden er plaats? Op welke manier ging men precies met elkaar om? Op welke manieren kunnen wij precies met elkaar om? Op welke manieren kunnen wij dit nog terugzien? Ik hoop met dit artikel hierin enige dit nog terugzien? Ik hoop met dit artikel hierin enige duidelijkheid te bieden. duidelijkheid te bieden. Oude opvattingen en nieuwe perspectieven Veel historici waren in de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw van mening dat de Germaanse stammen van het vasteland de Kelten in Groot-Brittannië in grote aan- tallen hadden vermoord of verdreven naar de uithoeken van het eiland. In de loop van de twintigste eeuw is deze opvat- ting betrefende de Angelsaksen en de Kelten sterk veranderd. Nieuw onderzoek in onder andere de archeologie, taalkunde en literatuur van het Britse eiland heeft namelijk uitgewezen dat er zeer waarschijnlijk sprake was van een geleidelijke en minder gewelddadige overgang van een Brits-Keltisch naar een Angelsaksisch Groot-Brittannië. Zo zijn er bijvoorbeeld nog nooit archeologische vondsten gedaan die massamoor- den of gedeeltelijke volksverhuizingen hebben aangetoond, en worden enkele grote literaire werken zoals delen van de Angelsaksische Kronieken en de werken van Beda tegenwoor- dig steeds kritischer onder de loep genomen. Veel historici die vroeger hun uitspraken op deze werken baseerden waren zelf in veel gevallen niet kritisch genoeg. Voorzichtigheid is met dergelijke bronnen dus geboden. Dankzij deze nieuwe kijk heeft taalkundig onderzoek betref- fende de twee volkeren een tweede kans gekregen. Voorheen werd namelijk aangenomen dat de invloed van het Brits-Kel- tisch op het Oudengels miniem was, waardoor beweringen die daar tegenin gingen moeizaam of niet werden geaccepteerd. Recent onderzoek zoals dat van David White (2002, 2006) en Stephen Laker (2010) wijst nu uit dat het Brits-Keltisch zeer waarschijnlijk wel invloed heeft gehad op het Oudengels. La- ker concludeert dit in zijn proefschrift door de waarschijnlijke fonologische systemen van zowel het Oudbrits als het pre- Oudengels met elkaar te vergelijken en vijftien fonologische veranderingen in het Oudengels te verklaren aan de hand van Brits-Keltische invloeden. White kijkt op zijn beurt meer naar morfologie en syntaxis, maar ook hij concludeert dat er waar- schijnlijk meer Brits-Keltische invloeden op het Oudengels zijn geweest dan voorheen werd gedacht. Beiden geven aan dat er tussen de Kelten en de Angelsaksen zich twee verschillende vormen van taalcontact voordeden: simpliicatie van taal in de noordelijke gebieden zoals Northum- brië, en complexiicatie van taal in de zuidelijke streken zoals Wales en Wessex. Laker geeft vervolgens als mogelijke verkla- ring van dit verschijnsel niet de intensiviteit van het contact, maar de leeftijd waarop het Oudengels door de Britten werd geleerd. In het noorden betrof dit namelijk vooral volwassenen en in het zuidwesten kinderen. In hoeverre is deze kijk op het contact tussen Angelsaksen en Kelten echter historisch gezien correct? Is het aannemelijk te denken dat kinderen voldoende in aanraking kwamen met het Oudengels zodat ze het na ver- loop van tijd konden begrijpen en zelfs spreken? De conclusies van Laker en White zijn alleen gebaseerd op taalkundig onder- zoek en dus is er voor deze nieuwe inzichten vergelijkend on- derzoek nodig om uit te kunnen wijzen wat er waarschijnlijk heeft plaatsgevonden op sociaalhistorisch gebied. Het afgelopen jaar heb ik gekeken naar één aspect van een dergelijk vergelijkend onderzoek, namelijk naar de verwijzin- gen naar de Kelten in Groot-Brittannië in Angelsaksische wet- teksten, oorkondes en brieven tot 800 n. Chr. Deze documen- ten waren niet bedoeld voor een zeer groot publiek, zoals bij- voorbeeld de teksten van Beda (c. 731) of Gildas (c. 500–550), maar bieden op een kleine doch belangrijke schaal een uniek Artikel | Interdisciplinair TINO OUDESLUIJS ▲ Afb. 1: Angelsaksisch Brittannië rond 700 n. Chr. Bron: www.anglo- saxons.net.