44 T.O.R.B. JAARGANG 2009-10/1-2 het schoolpactcompromis in vraag gesteld: pleidooi voor een nieuw vak over levensbeschouwingen en filosofie in het vlaams onderwijs Patrick Loobuyck & Leni Franken* In dit artikel beschrijven we hoe levensbeschouwelijk on- derwijs is georganiseerd in België (Vlaanderen), richten we onze aandacht op hedendaagse problemen en uitdagingen binnen dit systeem en formuleren we een alternatief voorstel. Het huidige systeem is het resultaat van het schoolpact van 1958, dat werd geïmplementeerd in de hervormde Belgische Grondwet (1988). Dit systeem veroorzaakt echter vele prak- tische en juridische problemen en lijkt niet meer te passen in onze geseculariseerde en religieus gediversiieerde samenle- ving. Nadat we het voorstel van de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) hebben geëvalueerd, stellen we een alternatief voor om levensbeschouwelijk onderwijs in Vlaanderen te organi- seren. Hierbij pleiten we voor een niet-confessioneel plicht- vak over levensbeschouwingen en ilosoie in alle scholen, los van artikel 24 § 1 en § 3 Gw. Daarnaast blijven de confes- sionele vakken facultatief bestaan. 20 november, 1958. na een lang durende strijd tus- sen liberalen en katholieken wordt in belgië een com- promis bereikt: het schoolpact. op 29 mei 1959 wordt dit bezegeld in de schoolpactwet, waarin onder meer wordt bepaald dat leerlingen in het oficieel onderwijs recht hebben op keuze uit godsdienstvakken (rooms- katholiek, protestants en joods) en een vak niet-confes- sionele zedenleer. 20 november, 2008. naar aanleiding van 50 jaar school- pact wordt in het vlaamse parlement een symposium georganiseerd. de centrale vraag is of er behoefte is aan een nieuw pact voor de 21 ste eeuw. de levensbe- schouwelijke vakken kwamen er slechts zijdelings ter sprake. nochtans is het zinvol om in het kader van een nieuw pact grondig na te denken over het statuut, de inhoud en de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken. in dit artikel willen we een voorstel ter dis- cussie voorleggen. omwille van pragmatische redenen kiezen we ervoor om binnen het grondwettelijke kader te blijven, waardoor niet alle (praktische) moeilijkhe- den die met het huidige systeem gepaard gaan, meteen zullen worden opgelost. het gaat dus slechts om een second best optie die een stap vooruit is in vergelijking met het schoolpactcompromis. bovendien is ons voor- stel voornamelijk gebaseerd op inhoudelijke argumen- ten. bij de bespreking van het huidige systeem noemen we echter ook de praktische problemen, hoewel die van een fundamenteel andere orde zijn. we schetsen eerst kort hoe de organisatie van de le- vensbeschouwelijke vakken in belgië/vlaanderen is geregeld en geven aan welke praktische en inhoude- lijke elementen dit systeem bevragen, uitdagen of op langere termijn misschien zelfs onhoudbaar maken (1). vervolgens brengen we het advies van de vlaamse on- derwijsraad (vlor, 2003) met betrekking tot de invoe- ring van een neutraal levensbeschouwelijk vak in het oficieel onderwijs en de daaropvolgende kritieken in herinnering (2-3). de kern van dit artikel beschrijft een alternatief voorstel dat de mogelijkheid van een inclu- sief, pluralistisch en verplicht vak over levensbeschou- wingen en ilosoie verkent (4-5). Daarnaast blijven de confessionele vakken bestaan, maar ze worden facul- tatief. het voorgestelde alternatief is fundamenteel verschillend van het vlor-advies waardoor heel wat kritieken die op dat advies van toepassing waren, ver- vallen (6). ten slotte (7) geven we kort aan dat dit dub- belsysteem ook voor het vrij onderwijs kansen biedt. I. Het HuIdIge systeem uItgedaagd in belgië is het recht op onderwijs grondwettelijk ge- regeld in art. 24 (het voormalige art. 17). In 1988 werd onder meer door de overheveling van de bevoegdheid voor onderwijs naar de gemeenschappen, de grond- wet herzien en werden ook de schoolpactbeginselen erin verankerd. voor ons onderwerp zijn § 1 en § 3 re- levant: Art. 24 § 1. het onderwijs is vrij; elke preventieve maat- regel is verboden; de bestrafing van de misdrij- ven wordt alleen door de wet of het decreet ge- regeld. de gemeenschap waarborgt de keuzevrijheid van de ouders. de gemeenschap richt neutraal onderwijs in. de neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de ilosoische, ideologische of godsdiensti- ge opvattingen van de ouders en de leerlingen. de scholen ingericht door openbare besturen bieden, tot het einde van de leerplicht, de keuze aan tussen onderricht in een der erkende gods- diensten en de niet-confessionele zedenleer. § 3. ieder heeft recht op onderwijs, met eerbie- diging van de fundamentele rechten en vrijhe- den. de toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht. alle leerlingen die leerplichtig zijn, hebben ten laste van de gemeenschap recht op een morele of religieuze opvoeding. (*) patrick loobuyck is docent aan het centrum pieter gil- lis van de universiteit antwerpen en gastdocent ver- bonden aan de vakgroep wijsbegeerte en moraalwe- tenschappen van de universiteit gent; leni franken is onderzoeksmedewerkster verbonden aan het centrum pieter gillis van de universiteit antwerpen.