SEKS EN SEKSUELE RISICO’S BIJ VMBO-SCHOLIEREN ANNO 2002 1 Ine Vanwesenbeeck 2 , Floor Bakker 2 , Michelle van Fulpen 2 , Theo Paulussen 3 , Jos Poelman 4 & Herman Schaalma 5 Dit artikel doet verslag van de resultaten van een onderzoek naar gedrag en attituden op het terrein van seksualiteit en seksuele risico’s bij scholieren in de onderbouw van het VMBO (N=1590) en van een daar- aan gekoppelde effectevaluatie van het vernieuwde voorlichtingspakket Lang Leve de Liefde. Gevonden wordt, onder andere, dat 22% van de onderzoeksgroep (gemiddelde leeftijd 14 jaar en 2 maanden) erva- ring heeft met geslachtsgemeenschap. Dat is een iets hoger percentage dan in 1995 in het onderzoek Jeugd & Seks gevonden werd. Risico-inschatting en attituden en gedragsintentie inzake condoom en pilgebruik zijn goed te noemen. Op het vlak van daadwerkelijk pil- en condoomgebruik bij de eerste keer seks zien we geen verslechtering ten opzichte van 1995 en bij groepen van niet-Nederlandse afkomst wordt zelfs een verbetering geconstateerd. Desondanks wordt er door veel VMBO-scholieren aanzienlijk seksueel risico gelopen. Bijna één op de vier gebruikt bij de eerste keer seks pil noch condoom. Bij de laatste keer seks is dat ongeveer één op de zes. Verder is er ruime evidentie, dat de seksualiteit van VMBO-scholieren anno 2002 nog steeds veel seksestereotypie laat zien. Sekseverschillen liggen het scherpst in de islamitische groep. Verschillen tussen etnische groepen blijken aan iets meer verandering onderhevig en bovendien soms genuanceerder te liggen dan in 1995 beschreven. Het nieuwe Lang Leve de Liefde blijkt in vele opzichten een effectief pakket voor seksuele vorming in de schoolse setting, alhoe- wel zowel aan seksespecificiteit als aan culturele specificiteit van de seksuele vorming meer aandacht geschonken moeten worden. Daarnaast blijkt beïnvloeding van feitelijk gedrag, alsook het behoud van verandering op de langere termijn, moeilijk te realiseren met een pakket dat zes lessen omvat. Schoolse seksuele vorming is van groot belang, maar zou niet beperkt moeten blijven tot de onderbouw en boven- dien systematischer gecompleteerd moeten worden met vorming ‘op maat’ in (sekse- en cultuurspecifieke) buitenschoolse settings. termate relevant opnieuw naar het seksuele gedrag van deze groep te kijken. Dat wordt hier gedaan op basis van de bevindingen uit het onderzoek dat werd uitgevoerd in het kader van het Genesisproject. Genesis staat voor GENder, Etniciteit en Seksuali- teit In Seksuele vorming, werd van 1999-2002 gefi- nancierd door ZonMw en uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep, de Stichting soa bestrijding en de Uni- versiteit van Maastricht. In Genesis werd nauw sa- menwerkt met SLIM, een Systematische Landelijke IMplementatie van seksuele voorlichting, waarin naast de genoemde organisaties, ook het Nederlands Insti- tuut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) en TNO Preventie en Gezondheid betrokken waren. De Genesisstudie omvatte, om te beginnen, een nieuwe bewerking van ‘Lang Leve de Liefde’, een in Nederland veel gebruikt en effectief gebleken pro- gramma voor seksuele vorming voor scholieren in het voortgezet onderwijs (Schaalma, 1995). Behalve op een modernisering en actualisering van het oude pak- ket, was de nieuwe bewerking er met name op ge- 1 Geaccepteerd voor publicatie: 5 februari 2003. 2 Dr. I. Vanwesenbeeck, F. Bakker, M. van Fulpen, Rutgers Nisso Groep; Dr. Th. Paulussen, TNO-pg; J. Poelman, Stichting soa bestrijding; dr. H. Schaalma, Universiteit Maastricht. Correspondentie naar: dr. I. Vanwesenbeeck, Rutgers Nisso Groep, Postbus 9022, 3506 GA Utrecht, tel. nr. 030-2313431; email: I.Vanwesenbeeck@rng.nl Sinds het onderzoek Jeugd & Seks uit 1995 (Brug- man, Goedhart, Vogels & van Zessen, 1995) is er in Nederland geen grootschalig onderzoek meer gedaan naar het seksuele gedrag, de seksuele opvattingen en de seksuele risico’s onder jongeren. Met het on- derzoek dat hier gepresenteerd wordt, wordt dat te- kort deels ingelost. Deels, aangezien de onderzoeks- groep weliswaar met bijna 1600 respondenten groot genoemd mag worden, maar desondanks niet een representatieve steekproef betreft van alle Neder- landse jongeren. Alleen scholieren in (de onderbouw van) het Voortgezet Middelbaar Beroeps Onderwijs (VMBO) zijn onderzocht, waarbij de ‘oudere jongeren’ en scholieren op de hogere opleidingsniveaus buiten beschouwing zijn gebleven. In het onderzoek van Brug-man e.a. (1995) bleken VMBO-scholieren ech- ter wel relatief seksueel actief en ook relatief veel risi- co’s te lopen. Met de huidige signalen dat zowel de inciden-tie van soa als het aantal tienerzwangerschap- pen in Nederland toenemen (zie Vogels, Buitendijk, Bruil, Dijkstra & Paulussen, 2002), is het dan ook ui- Tijdschrift voor Seksuologie, 2003, 27: 30-39