50 jaar GVO en Gezondheidsbevordering Tandheelkundige voorlichting: toen en nu Michiel A.J. Eijkman, 1 Brigitte A.F.M. van Dam, 2 Josef J.M. Bruers, 2 Adriaan Ph. Visser 3 In dit artikel wordt een overzicht gegeven van 60 jaar Tandheelkundige Gezondheidsvoorlichting en -Opvoeding (TGVO). In die periode is de gebitsbewustheid en de mondgezondheid van de bevolking aanzienlijk toegenomen. Intensieve individuele en collectieve voorlichting lijken hieraan te hebben bijgedragen. In de laatste twee decennia worden, met uitzondering van enkele (regionale)stimuleringsprojecten, wetenschappelijk verantwoorde grootschalige TGVO-projecten niet meer uitgevoerd. De bestrijding van de meest voorkomende mondziekten, carie ¨s en parodontale aandoeningen, blijkt echter nog steeds hoogst noodzakelijk; vooral bij de jeugd, de kwetsbare ouderen en de lagere SES-groepen. Een algemeen probleem is dat er betrekkelijk weinig (regionaal) epidemiologisch onderzoek wordt gedaan naar de mondgezondheids- situatie, de kennis en het gedrag van de bevolking. Collectieve voorlichtingsinitiatieven op het gebied van de mondzorg blijven gewenst. In de individuele patie ¨ntenvoorlichting is echter de belangrijkste rol weggelegd voor tandartsen, mondhy- gie ¨nisten en andere medewerkers. Trefwoorden: tandheelkunde, voorlichting, TGVO, geschiedenis Inleiding Zestig jaar geleden kreeg de Tandheelkundige Gezond- heidsvoorlichting en -Opvoeding (TGVO) door de lan- delijke discussies over invoering van drinkwaterfluoride- ring (DWF), steeds meer aandacht. 1,2 In dit artikel lich- ten wij toe dat tandbederf toen een maatschappelijk pro- bleem was en hoe men tandcarie ¨s bestreed. Daarna kwam de preventie van parodontale aandoeningen (aan tand- vlees en kaakbot) meer in de belangstelling. Vervolgens bespreken we de TGVO in de jaren vijftig, zestig en ze- ventig met collectieve projecten en campagnes over mondzorg. Niet alleen de overheid en gezondheidsorga- nisaties hielden zich hiermee bezig, ook tandartsen en mondhygie ¨nisten gingen zich vanaf de jaren zeventig meer richten op patie ¨ntenvoorlichting aan de behandel- stoel. Ten slotte staan we stil bij de huidige TGVO en de toekomst ervan. Tandbederf als maatschappelijk probleem Noodzaak van gebitscontrole In 1851 werd de aanbeveling gedaan om van staatswege tandmeesters aan te stellen voor een gebitscontrole bij schoolkinderen. 3 Sociaal betrokken tandartsen wezen op het probleem van tandbederf en de gevaren voor de volksgezondheid. Tandmeester Carl Witthaus, grondleg- ger van de sociale tandheelkunde, beklemtoonde in 1897 het belang van preventie. 4 De gebitstoestand van de Ne- derlandse bevolking was rampzalig als gevolg van het toenmalige voedingspatroon en de gebrekkige mondhy- gie ¨ne. De tandartsen moesten volgens Witthaus de alge- mene gebitsgezondheid van de bevolking onderzoeken, bekend maken, en aangeven hoe daarin verbetering aan- gebracht zou kunnen worden. In 1903 benadrukte Wit- thaus de halfjaarlijkse controle door schooltandartsen, evenals intensieve en continue voorlichting. 1 De gebrek- kige tandheelkundige zorg werd begin vorige eeuw steeds meer als een probleem gezien. 1 In 1921 en 1922 startten in Dordrecht en Bloemendaal de eerste diensten voor schooltandverzorging. 5 Het Ivoren Kruis In 1910 werd de ‘Nederlandse Vereeniging tot bestrijding van het Tandbederf’ opgericht, in 1933 voortgezet als het Ivoren Kruis (IK), dat zich ten doel stelde ‘‘het Neder- landse volk betere begrippen bij te brengen omtrent de 1 Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, Sectie Sociale Tandheelkunde en Voorlichtingskunde, Amsterdam 2 Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde, afdeling Onderzoek en Informatie, Nieuwegein 3 Hogeschool Rotterdam, Kenniscentrum Zorg Innovaties, Rotterdam TSG 91 / nummer 3 178 tsg jaargang 91 / 2013 nummer 3 50 jaar GVO en Gezondheidsbevordering - pagina 178 / www.tsg.bsl.nl