100 neuropraxis 3 | 2008 – www.neuropraxis.bsl.nl Motorische inbeelding versus fysieke uitvoering Sluit even uw ogen en stel u voor dat u uit uw stoel opstaat, naar de keuken wandelt en uzelf een kopje koffie inschenkt. Voor de meesten onder ons zal het probleemloos lukken zich dit in te beelden, zelfs zonder een vin te verroeren. Deze unieke capaciteit om bewegingen in gedachten uit te voe- ren zonder dat hierbij enige spieracti- viteit optreedt, wordt motorische inbeelding genoemd, beter bekend onder de term ‘motor imagery’. In recente studies werd aangetoond dat er, wanneer we ons louter inbeelden dat we bewegen, processen plaatsvin- den in het lichaam die sterk lijken op de processen die plaatsvinden tijdens het effectief uitvoeren van de bewe- ging. Zo kan het zich inbeelden van een fysiek vermoeiende actie bijvoor- beeld leiden tot een toename van hart- slag- en ademhalingsfrequentie, gelijkwaardig aan de toename die zou optreden bij effectieve uitvoering van de taak (Roure et al., 1998; Decety, 1996). Bovendien toonden studies die de hersenactiviteit registreerden aan de hand van functionele magnetische resonantie (fMRI) aan dat tijdens het zich inbeelden van bewegingen een gelijkaardig neuraal netwerk werd geactiveerd als tijdens effectieve uit- voering van de taak, met inbegrip van de motorische cortex (Decety, 1996; Gerardin et al. 2000). Toepassingen van motorische inbeelding Gezien de grote gelijkenissen tussen inbeelding en fysieke uitvoering van een beweging is het niet geheel ver- wonderlijk dat zelfs het zich louter in gedachten voorstellen van een bewe- ging reeds een verbeterend effect kan hebben op de uitvoering ervan. In- beelding wordt dan ook al jarenlang gebruikt door atleten om reeds geken- de bewegingen verder te verfijnen of zich voor te bereiden op een onmid- dellijk volgende actie (Murphy, 1994). Denk hierbij bijvoorbeeld aan een skiër die nog voor de start even het parcours in gedachten doorneemt of een tennisser die net voor hij opslaat zijn service en het landingspunt van de bal visualiseert. Maar ook buiten de sportwereld heeft motorische inbeel- ding de voorbije jaren zijn waarde als additionele oefenmethode bewezen. Zo wordt het bijvoorbeeld gebruikt door musici en chirurgen om hun vaardigheden te optimaliseren (Meister et al., 2004; Rogers, 2006). Recente studies tonen aan dat oefe- ning via motor imagery eveneens bij- zonder waardevol kan zijn voor de revalidatie van patiënten met neurolo- gische aandoeningen (Jackson et al., 2001). Voor het heractiveren van een gedeeltelijk verlamde ledemaat na een hersenberoerte lijkt het toevoegen van Oogbewegingen weerspiegelen motorische inbeelding Elke Heremans, Werner Helsen en Peter Feys Motorische inbeelding is een techniek die reeds jarenlang gebruikt wordt in de sportwereld. Recente studies tonen aan dat deze oefen- methode mogelijk ook van nut zou kunnen zijn voor de revalidatie van patiënten met neurologische aandoeningen. Bij patiënten met hersenletsel is het echter de vraag of ze überhaupt nog in staat zijn accuraat bewegingen te visualiseren. Tot nog toe bestaat er echter geen objectieve methode om tijdens inbeelding zelf te controleren of personen de inbeeldingstaak wel accuraat uitvoeren. Om hiervoor een oplossing te bieden werd in een studie bij gezonde personen nage- gaan of het opmeten van oogbewegingen kan dienen als precieze eva- luatiemethode voor motorische inbeelding. Mw. E. Heremans, doctoraatstudente revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, Faculteit Bewegings- en Revalidatieweten- schappen, Departement Biomedische Kinesiologie, Labo Waarnemen en Presteren, K.U. Leuven Tervuursevest 101, 3001 Leuven, Belgie, elke.heremans@faber.kuleuven.be; prof. dr W. Helsen, bewegingswetenschapper, K.U. Leuven, werner.helsen@faber.kuleuven. be; dr. P.Feys, revalidatiewetenschapper, FWO- postdoctoraal onderzoeker. K.U. Leuven, peter.feys@faber.kuleuven.be.