NED TIJDSCHR GENEESKD. 2014;158: A6692 1 KLINISCHE PRAKTIJK De overleving van kinderkanker is de laatste decennia substantieel toegenomen, tot een 5-jaarsoverleving van ruim 80%. 1 In de komende jaren zal dit aantal verder stij- gen, mede dankzij toenemende verbeteringen in de behandelstrategieën van kinderen met kanker. De gezondheidsproblemen die kinderkankeroverlevers kun- nen hebben zijn bijvoorbeeld obesitas, hypertensie, dia- betes mellitus, osteoporose en infertiliteit. 2,3 Ook hebben ze een verhoogde mortaliteit door onder andere de ont- wikkeling van secundaire tumoren. Dit heeft impact op hun kwaliteit van leven, maar het heeft ook sociale en maatschappelijke gevolgen, zoals ongewenste kinder- loosheid of slechtere arbeidsperspectieven. Momenteel wordt de groep kinderkankeroverlevers gevolgd in de derde lijn. Afhankelijk van de therapie die gegeven is, vinden eens per 3-5 jaar reguliere controles plaats die zijn gericht op de late efecten van de behande- ling van kinderkanker. Dit gebeurt in de zogenoemde LATER-poliklinieken (LATER staat voor ‘Langetermijn- efecten na behandeling van kinderkanker’), die zijn gehuisvest in de 8 kinderoncologische centra (UMCG, UMCU, Erasmus MC, AMC, VUmc, Radboudumc, LUMC en MUMC+). Deze follow-upstrategie is geba- seerd op richtlijnen die zijn ontwikkeld door het bestuur van de nationale SKION-LATER-groep (SKION staat voor ‘Stichting Kinderoncologie Nederland’). Door het stijgende aantal overlevers zullen steeds meer zorgverle- ners, met name die uit de eerste lijn, met hen te maken krijgen. 4 Deze groep patiënten heeft vaak complexe nazorg nodig en daarom is er meer aandacht nodig voor een adequaat vervolgplan. In deze klinische les willen wij het belang van vroege herkenning van beginnende gezondheidsproblemen door een eerdere kankerbehandeling onder de aandacht bren- gen. Een tweede boodschap is dat bepaalde hoogrisico- groepen van overlevers gevoeliger zijn voor schade door de behandeling. Dit illustreren wij aan de hand van een casus van een patiënt met een verminderde nierfunctie DAMES EN HEREN, In Nederland zijn er momenteel circa 7000 volwassenen die ooit een vorm van kinderkanker hebben gehad. Sommigen zijn jonge mensen zonder enige klachten of bijzonderheden, maar de meeste overlevers van kinderkanker (‘survivors’) ondervinden late efecten van de eerdere behandeling. Dat illustreren we in deze klinische les aan de hand van een casus. Erasmus Medisch Centrum - Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam. Afd. Kinderoncologie-hematologie: drs. I.A. Dekkers, arts- epidemioloog (thans: aios radiologie, LUMC, Leiden); prof.dr. R. Pieters (thans: chief medical officer, Prinses Máxima Centrum, Utrecht) en dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink, kinderoncologen. Afd. Kinderoncologie en afd. Interne geneeskunde: dr. K. Blijdorp, aios interne geneeskunde; dr. S.J.C.M.M. Neggers, internist-endocrinoloog. Afd. Kindernefrologie: dr. K. Cransberg, kindernefroloog. Contactpersoon: dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink (m.vandenheuvel@erasmusmc.nl). KLINISCHE LES Chronische nierinsufficiëntie na kinderkanker Ilona A. Dekkers, Karin Blijdorp, Rob Pieters, Karlien Cransberg, Sebastian J.C.M.M. Neggers en Marry M. van den Heuvel-Eibrink