Tijdschr. voor Geneeskunde, 70, nr. 1, 2014 3 doi: 10.2143/TVG.70.01.2001526 Standpunten: actualiteit Informatieverwerving vanuit het perspectief van de gametendonor: mogen sperma- en eiceldonoren informatie ontvangen over hun donorkinderen? I. RAES 1, 2 , A. RAVELINGIEN 1 , G. PENNINGS 1 Samenvatting Sinds enkele jaren ondergaat de praktijk van de gametendonatie internationaal een sterke evo- lutie. Zowel in de literatuur als in de praktijk weerklinken er steeds vaker stemmen om donorkin- deren informatie te geven over hun donor. Opvallend is dat deze beweging zich enkel concen- treert op de belangen van de donorkinderen. In dit manuscript wordt er ingezoomd op een andere partij: de donor. Er wordt nagegaan of dono- ren eveneens belang hebben bij informatie over hun donorkinderen en of dit een voldoende reden is om ze hierop recht te geven. De volgende argumenten komen aan bod: 1. donoren hebben belang bij medische informatie over hun donorkinderen voor hun eigen gezondheid, 2. donoren moeten erkenning krijgen voor hun altruïstische daad in de vorm van informatie over het aantal donorkinderen geboren uit hun donatie, 3. de bezorgdheid van sommige donoren over het welzijn van hun donor- kinderen zou verminderd kunnen worden door algemene informatie hierover, 4. donoren hebben belang bij bepaalde informatie over hun donorkinderen voor een volledige ontwikkeling van hun iden- titeit en 5. identificerende informatie is bruikbaar voor donoren die contact wensen met hun donor- kinderen. De argumenten 1, 2 en 4 blijken voldoende redenen te vormen om hierop een recht te baseren. Inleiding In de praktijk van de gametendonatie is er de laatste twee decennia een opmerkelijke trend aan de gang. Oorspronkelijk was strikte anonimiteit de regel, maar steeds meer kan men een verschuiving waarnemen in de richting van een open-identiteitsbeleid (1). In een dergelijk beleid wordt de identiteit van de donoren vrijgegeven aan de donorkinderen wanneer zij hierom vragen op latere leeftijd. Zweden was het eerste land dat een open beleid invoerde in 1985. Daarna volgden meerdere Europese landen, zoals Finland, Oostenrijk, Zwitserland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, maar ook Nieuw-Zeeland en een aantal Australische staten volgden dit voorbeeld. Deze evolutie vindt haar oorsprong in een nieuwe focus op de belangen en de rechten van het donorkind. Opvallend is dat men de mogelijke belangen van de andere partijen hierbij over het hoofd ziet. Het belang van het donorkind gaat namelijk consequent voor op de eventuele wens van de ouders om de donor op afstand te houden, bij- voorbeeld uit privacyoverwegingen of uit angst dat de kennis van de donor bedreigend zou zijn voor het gezin. Ook de eventuele belangen van de donor worden systematisch ondergeschikt aan die van de kinderen. Zij hebben nauwelijks de mogelijkheid om iets te weten te komen over het resultaat van hun donatie en hun belangen en rechten worden zelden ter discussie gebracht. Dit artikel neemt het perspectief van de donoren onder de loep en stelt de vraag in hoeverre zij eveneens belang hebben bij informatie over hun donorkinderen en of ze bijge- volg ook recht zouden moeten hebben op dergelijke informatie. 1 Bioethics Institute Ghent (BIG), Universiteit Gent. 2 Correspondentieadres: I. Raes, Bioethics Institute Ghent, Universiteit Gent, Blandijnberg 2, 9000 Gent; e-mail: inez.raes@ugent.be