382 Tijdschr. voor Geneeskunde, 69, nr. 7, 2014 doi: 10.2143/TVG.70.07.2001588 Casus van de maand 1 Refractaire pericardvochteffusie C. BERNAGIE 2 , S. CARLIER 3 , K. TANAKA 4 , D. TEMMERMAN 3, 6 , D.E. VERDRIES 4 , F. TRULLEMANS 5 Casus Een 72-jarige man werd opgenomen wegens retro- sternale pijn. Als cardiale risicofactoren werden arte- riële hypertensie, ex-tabagisme (twintig pakjaren) en hypercholesterolemie in acht genomen. De bevindin- gen op het elektrocardiogram (ecg) waren suggestief voor een inferiorinfarct. De coronarograie documenteerde echter slechts een matige stenose op de rechtse coronairarterie, systolische compressie van de ramus interventricula- ris anterior (LAD) en een discrete inferobasale dyski- nesie. De troponinen waren minimaal gestegen („high-sensitive troponin T” bedroeg aanvankelijk 15,9 ng/l en drie uur later 16,6 ng/l (referentiewaarde: 0-14 ng/l)), dit in tegenstelling tot het N-terminale pro-breinnatriuretische peptide (NT-proBNP), dat fors verhoogd was (3.408 ng/l (referentiewaarde: 0-300 ng/l)), hetgeen pleit voor een component dia- stolisch linker hartfalen. De transthoracale echocar- diograie (TTE) toonde een 1,5 cm brede pericard- vochtschil. Een negatieve ventilatie-perfusiescan sloot longembolen uit. De MRI van het hart toonde een sterk verminderde hartfunctie met een belangrijke hoeveelheid peri- cardvocht, een vertraagde uitgesproken aankleuring („delayed hyperenhancement”) van het hypertrofe linkerventrikel (LV) en een inhomogene, vertraagde aankleuring van de verdikte rechterventrikelwand (RV-wand). Daarnaast werd er een iso-hyperdense massa gevisualiseerd vanaf de splitsing van de trun- cus pulmonalis over de rechterventrikeluitstroom- baan (RVOT), het RV, de atrioventriculaire groeve (AV-groeve), het rechteratrium (RA) en het LV ( ig. 1 en 2). De herevaluatie middels een TTE twee maanden later toonde een linkerventrikelejectiefractie (LVEF) van 50%, een inferobasale akinesie, persisterend peri- cardvocht (maximaal 0,8 cm) en een forse RV-verdik- king, voornamelijk basaal van de tricuspidalisklep (afmeting: 50 × 50 mm) ( ig. 3 en 4). De „whole body”-PET-CT-scan bevestigde de aan- wezigheid van een pericardvochtschil (14 mm) langs- heen het LV. Het RV vertoonde een verdikte, hetero- geen aankleurende wand met een hypermetabole activiteit, radiologisch sterk verdacht voor een maligne massa. De massa invadeerde het RV over de RVOT tot anterieur van de truncus pulmonalis. Ver- moedelijk was ook het interventriculaire septum op apicaal en midcavitair niveau aangetast. Er werden geen andere pathologische, hypermetabole haarden gevonden ( ig. 5 en 6). 1 Redactiecomité: em. prof. dr. H. Bobbaers, em. prof. dr. A. De Schepper, em. prof. dr. A. Elewaut, prof. dr. P. Lacor, prof. dr. J. Van der Hilst. 2 Student geneeskunde derde master, KU Leuven. 3 Dienst cardiologie, AZ Sint-Maria Halle. 4 Dienst radiologie, UZ Brussel. 5 Dienst hematologie, UZ Brussel. 6 Correspondentieadres: dr. D. Temmerman, dienst cardiologie, AZ Sint-Maria, Ziekenhuislaan 100, 1500 Halle; e-mail: d.temmerman@regzhsintmaria.be