nederlands tijdschrift voor fysiotherapie – nr 4 – augustus 2005 – jaargang 115 101 Doel Beschrijven van de motorische kenmerken van zuigelingen met een door de kinderfysiotherapeut gediagnosticeerde idiopathische asymmetrie (IA). Methode Een cross-sectioneel pilot-onderzoek bij zuigelingen tussen de 0-12 maanden, die in een periode van 2 maanden werden verwezen door huisartsen naar 5 eerstelijnspraktijken kinderfysiotherapie op indicatie van een voorkeurshouding of asymmetrie. Via een ‘best practice’ conceptprotocol voor differentiaal diagnostische screening werd de IA onderscheiden van een symptomatische asymmetrie (SA), waarbij een onderliggende aandoening de verklaring is voor de asymmetrie. Structuur- en functiestoornissen werden vastgelegd (vorm- anomalieën, gewrichtsmobiliteit, tonus) en de grofmotorische rijping werd geobjectiveerd met de Alberta Infant Motor Scale (AIMS). Resultaten Er werden 22 kinderen gescreend (15 5, 7 7; gem. leeftijd 4,3 maanden; range: 1,50-7,00), van wie 17 (77%) een IA bleken te hebben. Alle kinderen met een IA scoorden op de AIMS onder het gemiddelde van de normpopulatie (gem. Z-score –1,1; range: –0,04 en –2,42). Conclusie De grofmotorische rijping van kinderen met een door kinderfysiotherapeuten gediagnosticeerde IA is niet afwijkend, maar loopt achter ten opzichte van die van de normpopulatie. Een deel van de kinderen (41%) loopt risico op een verstoorde motorische ontwikkeling. Van de Nederlandse zuigelingen jonger dan zes maanden ont- wikkelt ruim 8% een voorkeurshouding. 1,2 Deze asymmetrie kan symptomatisch (symptomatische asymmetrie, SA) of idiopathisch (idiopathische asymmetrie, IA) zijn en ontstaat pre- dan wel post- partum. Predisponerende factoren zijn onder meer tweeling- zwangerschap, prematuriteit, partuscomplicaties, en het in 1992 door de consultatiebureaus uitgevaardigde slaapadvies (rugligging) in verband met wiegendood. 3,4 De incidentie van wiegendood is na dit advies opvallend afgenomen; 5 daarentegen is de prevalentie van een voorkeurshouding toegenomen van 0,4% naar 8,2%. 1-4,6 Zuigelingen met een voorkeurshouding liggen driekwart van de tijd met het hoofd naar één kant, draaien het hoofd minder en hebben meestal een afgeplatte schedel (plagiocephalie). Een kwart van deze asymmetrische kinderen wordt verwezen naar de kinder- fysiotherapeut. 2 Kinderfysiotherapeuten zien bij asymmetrische zuigelingen dik- wijls een houdingscontrole van hoofd en romp die niet bij de leef- tijd past en hebben het vermoeden dat houding en asymmetrie elkaar beïnvloeden. De motorische kenmerken van kinderen die Correspondentieadres Mevrouw J. Nuysink Gesloten Stad 19 3823 dp Amersfoort E-mail: jacq.nuysink@fysionet.nl J. Nuysink Kinderfysiotherapeut Praktijk voor Kinderfysiotherapie, Gezondheidscentrum Kattenbroek Amersfoort; Student Fysiotherapie- wetenschap, uu Drs. I.C. van Haastert Orthopedagoog, kinderfysiotherapeut Wilhelmina Kinderziekenhuis, umc Utrecht Dr. N.L.U. van Meeteren Fysiotherapeut, seniordocent- onderz.; afd. Revalidatie, Div. Hersenen, Rudolf Magnus Inst. v. Neurow.sch., umc Utrecht; studiericht.coörd. Fysioth. w.sch., uu; hoofd Kamer Fysioth., Ac. Gez.zorg Utrecht Prof.dr. P.J.M. Helders, Kinderfysiotherapeut, Gew. Hoogleraar Fysioth. uu; Hoofd Afd. Kinderfysioth., Wilh. Kinderziekenhuis, umc Utrecht; Kamer Fysioth., Ac. Gez.zorg Utrecht Ned Tijdschr Fysiother 2005;115(4):101-105 Motorische rijping bij zuigelingen verwezen met een voorkeurshouding of asymmetrie; een beknopte beschrijvende studie Boven: het hoofd van een jongetje van 4 maanden oud met een idiopathische asymmetrie bij wie een plagiocephalie zichtbaar is, zowel lokaal (rechts occipitaal) als diagonaal vervormd. Onder: meisje van 2 maanden oud met idiopathische posturale torticollis. Zij is niet in staat haar hoofd actief over de middellijn te draaien. De totale lichaamshouding is aangepast aan de voorkeurshouding van het hoofd. Figuur 1 Idiopathische asymmetrie. Een deel van de onderzochte zuigelingen met een idiopathische asymmetrie heeft ten tijde van de verwijzing een achterstand in de motorische rijping en is ‘at risk’ voor een verstoorde motorische ont- wikkeling.