VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders jrg 26(4) 2005 31 AUTEUR(S) ARTIKEL Inleiding In het begin van de 19 de eeuw wordt dus niet gesproken over onderwij- zers, maar over ‘schoolmeesters’ en ‘schoolmeesteressen’ en over ‘school- houders’ en ‘schoolhouderessen’. Volgens De Vroede (1970) begon men in België en Luxemburg rond 1815 voor het eerst te spreken over onderwijzers en dat zal in de noorde- lijke Nederlanden niet veel anders zijn geweest. In de loop van de 19 de eeuw wordt de term ‘onderwijzer’ en ‘onderwijzeres’ steeds gebruikelij- ker en wij zullen in het artikel ook de aanduidingen ‘onderwijzer’ en ‘onder- wijzeres’ gebruiken. In het begin van de 19 de eeuw wordt gesproken over ‘vorming’ of ‘voorbereiding’ als het gaat om het opleiden van onderwij- zers. In dit artikel zullen we het hebben over ‘de opleiding tot onderwijzer’, of meestal kortweg ‘de opleiding’. Aangezien de meeste onderwijzers in de eerste helft van de 19 de eeuw, en ook later nog, op de lagere school door het hoofd van de school worden opgeleid zijn de opleiders in die periode zelf onderwijzers. Tegen het einde van de 19 de eeuw worden, wat wij nu lerarenopleiders zouden noemen, soms al leraren of zelfs docenten genoemd, maar meestal worden zij aan- geduid met hoofd van de school of (hoofd)onderwijzer. Wij spreken in dit artikel over ‘lerarenopleiders’ of ‘opleiders’, omdat het verwarrend is om het woord onderwijzer te gebruiken voor degene die les geeft op de lagere school en voor degene die de onderwijzers opleidt, maar het woord lera- renopleider wordt in de 19 de eeuw niet gebruikt. De aanstaande onderwij- zers worden in de literatuur leerlingen genoemd en in de loop van de 19 de eeuw komt daarnaast de term kwekelingen in zwang. Het zal duidelijk zijn dat de geschiedenis van de lerarenopleiders nauw samenhangt met de geschiedenis van de opleidingen en van het lager onderwijs en met de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in de 19 de eeuw (zie ook het artikel van d’Hoker en Lowyck in dit nummer). Er is veel geschreven over de geschiedenis van het lager onderwijs (zie Boekholt & Booy, 1978), maar in dit artikel zullen we de belangrijkste ont- wikkelingen slechts aanstippen. Dat betekent bijvoorbeeld dat we de invloed van het rationalisme, de schoolstrijd en de industriële ontwikke- ling (om drie belangrijke invloeden op het lager onderwijs te noemen) buiten beschouwing laten. Als het gaat om de opleidingen hebben we het vooral over het toenmalige openbaar onderwijs, dat niet moet worden verward met het huidige open- baar onderwijs. In de 19 de eeuw subsidieerderde de overheid alleen open- bare scholen en het openbaar lager onderwijs was volksonderwijs. De bijzondere scholen kregen pas subsidie na 1878. De Rooms-katholieke con- gregaties en de Protestantse kerken hebben op eigen kosten en met veel inspanningen eigen opleidingen opgezet (De Frankrijker, 1988; Turksma, 1961), maar die laten we hier buiten beschouwing. We gaan wel in op de opleidingen die vanaf 1796 door de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen zijn opgericht en die zich op basis van verlichte (rationalistische) ideeën inzette voor de ontwikkeling van het volk, onder meer door het bevorde- ren van lager onderwijs. Opleiders van onderwijzers in de 19de eeuw De titel van dit artikel geeft de lezer van de 21ste eeuw informatie over de inhoud ervan, maar een lezer uit de 19de eeuw, hoe bekend ook met het onderwijs, zou de titel waarschijnlijk moeilijk kunnen begrijpen. In de 19de eeuw wordt niet gesproken over opleiders en in het begin zelfs zelden over onderwijzers. Dat is een van de lastige zaken bij het doen van historisch onderzoek in het onderwijs: door de jaren heen is het onderwijs verder ontwikkeld en bij elke nieuwe ontwikkeling zijn nieuwe termen en begrippen geïntroduceerd. Vandaar dat de beschrijving van de geschiedenis van de leraren- opleiders in de 19de eeuw voor een deel een kleine les is in 19de eeuwse onderwijsterminologie. Het artikel komt voort uit een onderzoek naar de professionele ontwikkeling van lerarenopleiders uit verschillende generaties. Dat onderzoek is nog in volle gang en de gegevens die we hier presenteren zullen de komende jaren zeker worden aangevuld en bijgesteld; we hebben niet gestreefd naar volledigheid. We merken nu al, dat de blik op de geschiedenis verandert naarmate we meer kennis vergaren. Het artikel kan dus het beste worden gelezen als het eerste verslag van een voortdurende zoektocht naar de geschiedenis van de lerarenopleiders. Anja Swennen & Jos Beishuizen Onderwijscentrum VU, Amsterdam