inleiding Bram Ieven, Aukje van Rooden, Marc Schuilenburg & Sjoerd van Tuinen Bestaat er wel zoiets als Franse filosofie? Wat maakt filosofie Frans? En hoe kun je nieuwe van oude Franse filosofie onderscheiden? Anders dan bij wijn of kaas bestaat er in de filo- sofie nauwelijks een antwoord op deze vragen. Zo bestaan er geen leerstoelen in de ‘Fran- se Filosofie’. 1 Bovendien gaat het niet alleen om filosofie made in France of in de Franse taal, laat staan om filosofie met de Franse slag, zoals een geïnstitutionaliseerd vooroordeel wil. Ook betreft het zeker niet alleen de voortbrengselen van de Franse filosofiefacultei- ten, die traditioneel gedomineerd worden door historici en daarnaast hooguit ruimte bieden aan epistemologie en morele en politieke filosofie. Volgens Alliez (2010: 10) is er in dit opzicht zelfs sprake van een ‘antifilosofie’ op de Franse filosofiefaculteiten, waar de actualiteit van wat in dit boek ‘Franse filosofie’ heet lange tijd is genegeerd. Hoe moeilijk de Franse filosofie onder een noemer is te plaatsen, blijkt wel uit de vele pogingen die daartoe sinds de jaren 80 zijn ondernomen: postmodernisme, post- structuralisme, postfenomenologie, postkolonialisme, deconstructivisme, differentie- denken, antihumanisme, neonietzscheanisme en zo verder. Geen van deze etiketten doet echter recht aan de complexiteit van invloeden, stromingen en tradities die zich in het Franse denken tot een onontwarbare kluwen vermengd hebben. Bovendien sugge- reren veel van dit soort begrippen ten onrechte een generaliserende chronologie. Zo stelt men vaak dat het academische denken in Frankrijk lange tijd is gedomineerd door de beruchte drie H’s uit de postkantiaanse traditie – Hegel, Husserl en Heidegger – en dat die vervolgens zijn opgevolgd door de drie ‘meesters van het wantrouwen’ – Marx, Nietzsche en Freud (Ricoeur 1965). Alleen al het feit dat het hierbij gaat om zes Duits- opmaak De nieuwe filosofie 17 x 22 def.:Filosofie 01-06-2011 12:37 Pagina 7