08 ANTenne | JANUARI - MAART 2010 | JAARGANG 4 | NR. 1 Natuurstudie Steekmuggenonderzoek (Culicidae: Diptera) in de provincie Antwerpen Wim Van Bortel  1  , Eva De Clercq  2  & Veerle Versteirt  1  (1) Wim Van Bortel & Veerle Versteirt: Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG), Departement Parasitologie, eenheid Entomologie,  Nationalestraat 155, B-2000 Antwerpen  (2) Eva De Clerq: Avia-GIS, Risschotlei 33, B-2980 Zoersel  Correspondentie: e-mail: wvbortel@itg.be, tel. 03 247 63 11  Samenvatting In België is er weinig gekend over muggen: welke soorten komen  er voor en waar vinden we ze? In het kader van het project MO- DIRISK (zie kader) werden de muggen in België in kaart gebracht.  De inventarisatie van de Culicidae werd uitgevoerd in 2007 en  2008, gebruikmakend van een netwerk van CO 2 -vallen (Mosquito  Magnet Liberty Plus). In de provincie Antwerpen werden 4.929  muggen ingezameld op 100 verschillende plaatsen. In totaal wer- den 19 verschillende soorten uit 5 verschillende genera gevan- gen. Dit artikel beschrijft in het kort de gevonden soorten en hun  broedplaatsen.  MODIRISK  Het MODIRISK project (http://www.modirisk.be) heeft tot  doel om de biodiversiteit van muggen in België in kaart te  brengen. Kennis van deze taxonomische en functionele di- versiteit van zowel inheemse als exotische muggensoorten  is een eerste, maar essentiële stap, naar het inschatten van  mogelijke gevaren op overdracht van ziekten door muggen  in België.  In een eerste fase van het project werden Culicidae be- monsterd gebruikmakend van een netwerk van CO 2 -vallen  (Mosquito Magnet Liberty Plus). In totaal werden bijna 1000  plaatsen bezocht. In een tweede fase worden geselecteerde  soorten longitudinaal opgevolgd. Dit veldwerk vormt de ba- sis voor de inventaris van de inheemse en exotische mug- gensoorten in België en voor de studie van de populatiedy- namiek van de onderzochte soorten. Deze gegevens zullen  aangewend worden voor de ontwikkeling van spatiale distri- butiemodellen van de muggensoorten van België.  Vijf partners werken samen binnen dit project: het Instituut  voor Tropische Geneeskunde (ITG), het Koninklijk Belgisch  Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), de Katholieke  Universiteit van Louvain-La-Leuve (UCL), Avia-GIS en de  Wageningen Universiteit Nederland (WUR). Het project  wordt geinancierd door het Belgisch Wetenschapsbeleid  BELSPO.  Inleiding Iedereen wordt wel eens lastig gevallen door steekmuggen  (Culicidae). Toch is er weinig gekend over muggen in België:  welke soorten komen er voor en waar vinden we ze? Steekmug- gen zijn voornamelijk gekend door het feit dat ze een belangrijke  rol kunnen spelen bij de overdracht van ziekten, denk maar aan  malaria in Afrika of dengue in Azië. In Europa zijn er de recente  problemen met de uitbraak van West Nile Virus (ECDC, 2009) en  Chikungunya (ECDC, 2007). Kennis van de taxonomische en func- tionele diversiteit van zowel inheemse als exotische muggensoor- ten ontbreekt in België. Het verwerven van deze kennis is een eer- ste, maar essentiële stap naar het inschatten van mogelijke geva- ren op overdracht van ziekten door muggen in België. In het kader  van het project MODIRISK worden de muggen in België in kaart  gebracht. Dit artikel belicht de situatie in de provincie Antwerpen  na twee jaar van intensieve bemonstering en geeft een overzicht  en beschrijving van de gevonden soorten.  De familie van de Culicidae behoort tot de orde van de Diptera die  onderverdeeld is in de onderorde Nematocera (muggen) en Bra- chycera (vliegen). Deze orde wordt gekenmerkt door de aanwe- zigheid van slechts één paar vliezige vleugels en de reductie van  de achtervleugels. De Culicidae of steekmuggen is een belangrijke  familie binnen de onderorde van de Nematocera. Ze worden ge- kenmerkt door de lange steeksnuit die door de vrouwtjes muggen  gebruikt wordt om bloed te zuigen.  Methoden De inventarisatie van de Culicidae werd uitgevoerd in 2007 en  2008, gebruikmakend van een netwerk van CO 2 -vallen (Mosquito  Magnet Liberty Plus) (Figuren 1a en 1b).  Deze val werd gekozen omwille van zijn autonomie en het feit dat  verschillende soorten en genera van steekmuggen met deze val  worden verzameld (Dennett et al., 2004). Ze werkt volgens een  “counterlow”-techniek. Twee ventilatoren draaien simultaan, de  ene zorgt voor de uitvoer van CO 2 , de andere zuigt de aangetrok- ken insecten naar binnen en die worden in het netje bovenaan de  val opgevangen. De energie die nodig is voor het draaien van de  ventilatoren komt enerzijds van een batterij en anderzijds van een  propaanles die aan de val is gekoppeld. Het propaan dient niet