ARTIKELEN Ingezonden Meer armen, minder hulp Igor van Laere Inleiding Met de kop ‘Minder armen, niet meer’ lijkt opinieblad Elsevier (Wynia, 2005) de telling van de Armoedemoni- tor te relativeren. Deze telling gaat over inkomen, meer dan over mens en probleem, waarmee budget en hulp ongericht blijven stromen. Lijkt me ongezond. Wat zou de kop zijn wanneer de resultaten van een sociaal-medi- sche monitor zouden worden gepubliceerd, ‘Meer armen, minder hulp’? De Armoedemonitor (Vrooman, Soede, Dirven & Trimp, 2005) zoekt huishoudens op die aan de armoede- grens verblijven. Met het juiste paspoort kunnen zij zich richten tot loketten, waarvoor de overheid formulieren, folders en Postbus 51-spotjes maakt, om hen op de moge- lijkheden voor bedeling te wijzen. Wie het loket gevon- den heeft, kan hulp vragen van formulierenbrigades, waarna men, de papieren en criteria gepasseerd, (finan- cie¨le) hulp van de overheid tegemoet kan zien. In plaats van mensen op te zoeken om te helpen moeten mensen die niet hebben en niet kunnen, naar loketten van sociale en medische helpers, om te bewijzen wat mensen wel hebben en wel kunnen, om daarna op een lijst te wachten op hulp die komen gaat. De omgekeerde wereld? De Armoedemonitor telt ruim 10 procent van de huis- houdens in financie¨ le ongezondheid. Het rapport Sociale uitsluiting in Nederland 1 (Jehoel-Gijsbers, 2004) meldt eenzelfde aantal huishoudens in sociale exclusie en medi- sche ongezondheid. Wanneer de overheid een monitor hanteert waarin men meer het inkomen dan de mens en het probleem centraal stelt, dan kan de overheid haar zorg niet richten, omdat men niet weet over welke men- sen het gaat en wat hun problemen zijn. Wie wacht tot mensen komen om het aanbod, kan de problemen van mensen die niet komen niet overzien. Het overzicht ontbreekt. ‘Wie met de feiten overhoop ligt, grijpt naar het sys- teem’, zei Goethe, waarmee men de zwervende bureau- cratie helpt aan meer dossiers en minder geholpenen, wil ik daaraan toevoegen. De ongezonde onderlaag in soci- ale exclusie ontvangt meer papier dan hulp. Welke feiten zijn nodig om te bepalen: wie heeft voor welk probleem welke hulp nodig, hoe regelen we dat en wat moet het kosten? Ik doe een poging aan de hand van de noden van de onderlaag. Sociaal-medische zorg Van verzorgingsstaatswege heeft de mens twee soorten zorg nodig. Sociale zorg voor onderdak, inkomen en bezigheden, en medische zorg voor problemen met versla- ving, geest en lichaam. Ik vind dat er een sociaal-medische armoedemonitor nodig is, om mensen aan de onderkant aan zorg te kunnen helpen. Eerst de basis, dan aan het werk. Igor van Laere (*) I.R.A.L. van Laere is sociaal geneeskundige armenzorg bij GGD Amsterdam. E-mail: ivlaere@ggd.amsterdam.nl. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven. 1 In deze studie wordt onderzocht hoe sociale uitsluiting in Neder- land kan worden gedefinieerd en vastgesteld. Eerst vindt een theo- retische verkenning plaats, waarbij het begrip in een aantal dimensies wordt uiteengelegd. Uitsluiting wordt niet alleen geken- merkt door tekorten op materieel en financieel gebied, maar ook door een geringe sociale en culturele participatie en onvoldoende toegang tot sociale basisrechten (bijv. adequate huisvesting, onder- wijs, zorg). Verslaving (2006) 2:117–119 DOI 10.1007/BF03075372 13