De Maasgouw 135, 2016 - 3 91 Roermond was de hoofdstad van het Overkwartier, het zuidelijkste deel van het hertogdom Gelre. De hertogen Arnold van Egmond (1423-1473) en zijn kleinzoon Karel van Egmond (1492-1538) verleenden verschillende steden muntrecht, vaak tot onderhoud van de parochiekerk ter plaatse. Kuys schreef hierover: ‘Deze vorm van meer dan incidentele landsheerlijke begunsti- ging van stedelijke parochiekerken via het recht van muntslag lijkt een typisch Gelders verschijnsel te zijn geweest’. 1 In 1960 publiceerde De Meyer een overzichtsartikel over de munten van de stad Roermond. 2 Paradoxaal genoeg zijn dergelijke overzichten juist door hun publicatie kort daarna niet meer actueel. Immers, juist een overzicht maakt het mogelijk collecties te onder- zoeken op munten die nog niet in het overzicht staan. Toch zijn pas de laatste tien jaar enkele aanvullingen versche- nen op De Meyers overzicht. De opkomst van de metaaldetectie maakt dat veel munten worden teruggevonden, archieven blijken soms nog onbekende gegevens te herbergen en publieke en private collecties bevatten soms nog onbekende types. De voortschrijdende digitalisering maakt dat al deze gege- vens veel gemakkelijker dan vroeger beschikbaar komen. De collectie van het Historiehuis in Roermond is een goed voorbeeld. Deze staat sinds eind 2014 online. 3 Vanaf de negentiende eeuw is in Roermond een collectie opgebouwd. Inspectie daarvan leverde twee munten op die niet zijn opgenomen in De Meyers overzicht en, voor zover bekend, ook niet elders beschreven zijn. De eerste munt is een variant van een stuiver (De Meyer 16) op naam van de aartshertogen Albert en Isabella (1598- 1621). Deze stuiver dateert De Meyer in de periode 1605-1608. Het verschil met de beschreven stuiver zit in de letters RV[R] onder de afsnede. Deze stuiver bevindt zich al lang in de Roermondse collectie. Archivaris Sivré (ca. 1818-1889; aangesteld in 1866) beschreef deze munt namelijk al. 4 Het meest bijzonder is de volgende munt, vermoedelijk ook een stuiver. Zo te zien lijkt de munt slechts een gering gehalte aan zilver te hebben. [ill. 6149] Opvallend is dat de leeuw naar rechts kijkt, terwijl de Roermondse leeuw juist naar links hoort te kijken. Deze fout is ook bekend van twee andere munten die De Meyer toeschreef aan een ordonnantie gedateerd 10 septem- ber 1616. 5 De tekst PHS.D.G.HISP.REX.DVX. GEL staat voor naar ‘Filips, bij de gra- tie Gods koning van Spanje en hertog van Gelre’. De vraag is welke Filips hier is bedoeld: Filips II (1555-1598) of diens kleinzoon Filips IV (1621-1665). Op bijna alle munten van Filips IV staat zijn naam afgekort als ‘PHS.IIII’. 6 Er is echter een uitzondering, namelijk een Roermondse duit met ‘P.DG.DV. GEL.RIA’. De productie van deze duit werd toegestaan op 14 januari 1639. 7 De titulatuur op de nu teruggevonden munt suggereert dus Filips II, maar juist in Roermond is Filips IV niet uit te sluiten. Verder is bekend dat de stad op 4 november 1638 en op 19 december 1639 toestemming kreeg om kleingeld van koper en zilver aan te munten. 8 Twee nog niet bekende munten van de stad Roermond Jos Benders In 1472 kreeg de stad Roermond het recht om munten te slaan. Met onder- brekingen zijn er tot eind achttiende eeuw stedelijke munten geslagen. Onlangs bleek dat de collectie van het Historiehuis in Roermond twee in de literatuur nog niet eerder beschreven types bevatte. Voorzijde: Versierd kruis, het omschrift door- snijdend, met in de hoeken twee leeuwtjes en twee lelies. Omschrift [ALBE]-RTVS-E[T.]E[L]-[I]SA[B] Keerzijde: Naar links klimmende leeuw (bezien vanuit de toeschouwer), met in afsnede de letters RV[R]. Omschrift (lelie) D.G.ARCHI.[A]V[ST.]DVCS.GELD 25 mm; massa 1, 80 gram Objectnummer 6131 Foto’s: Gerard van de Garde