Ethische Perspectieven 26 (1), 21-29, doi: 10.2143/EPN.26.1.3152080
© 2016 by Ethische Perspectieven. All rights reserved.
* Martha Claeys is masterstudente in de wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen.
E-mail: martha.claeys@hotmail.com
‘Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en
onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag
is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.’
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, Preambule
1. Erkenning van autonomie als bron van waardigheid
Meteen in de aanhef van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
wordt verwezen naar de menselijke waardigheid als fundament van enkele onver-
vreemdbare rechten. Daarna wordt het begrip slechts drie keer herhaald. Er is geen
sprake van een alleenstaand ‘recht op waardigheid’. Toch lijkt het alsof alle artikels
van de UVRM eigenlijk dit recht op waardigheid beogen, zij het in een andere for-
mulering. Volgens die interpretatie moet ook iedere schending van een mensenrecht
een inbreuk op de menselijke waardigheid betekenen. Dat wil ik in deze bijdrage
onderzoeken. Ik zal argumenteren dat een inbreuk op menselijke waardigheid niet
per definitie een schending van de mensenrechten is, maar dat omgekeerd wel iedere
schending van een mensenrecht een mens in zijn waardigheid treft, en dat dit het
kenmerk is dat een daad tot mensenrechtenschending maakt.
De menselijke waardigheid is datgene wat de mensenrechten veilig proberen te
stellen. Deze waardigheid is wat de uitvaardiging van mensenrechten legitimeert en ze
gezag geeft. En dat gezag is groot, zeker in de westerse wereld. Hoewel de mensen-
rechten ook hier nog vaak met de voeten getreden worden, lijken ze toch de meest
universele ideologie van het moment.
1
Het fundament ervan, de waardigheid, moet
dus van erg grote relevantie zijn wanneer we het recht dat deze waardigheid beschermt
beschouwen als het meest basale en onvervreemdbare ingeboren recht.
Is het legitiem om de menselijke waardigheid op een voetstuk te plaatsen? Volgens
Immanuel Kant is het de menselijke rede die de mens waardigheid verleent. Die
Recht op waardigheid
De betekenis van Peter Bieri’s waardigheidsopvatting voor de mensenrechten
Martha Claeys
*