101 Hoofdstuk 5 Van moreel voorbeeld naar bedreigde wereldmacht: de paradoxen van het Europese externe beleid in een globaliserende wereld Jan Orbie, Fabienne Bossuyt, Sarah Delputte, Ferdi De Ville Dit is een voorlopige versie. De finale versie van dit hoofdstuk is gepubliceerd in Carlier, J., Parker, C. en Vanhaute E. (red) ‘De Hermaakbare Wereld?’, Academia Press, 2016, pp. 91-108. “Pragmatisme en realisme: dat zijn de nieuwe ordewoorden voor de relatie tussen de EU en Turkije.” Met deze zin begint journalist Bart Beirlant zijn artikel over de recente toenadering tussen Turkije en de Europese Unie (EU) 1 (De Standaard, 30/11/2015). Na tien jaar talmen, omdat Turkije volgens de EU de basisnormen inzake democratie en mensenrechten schendt, komt het uitbreidingsproces in een stroomversnelling. In maart 2016 gaat het EU-Turkije akkoord over de terugname van migranten uit Griekenland van kracht, ondanks hevig protest van mensenrechtenorganisaties en kritische geluiden vanuit de Raad van Europa 2 . Onderhandelingen over visa-vrije toegang van Turkse burgers tot de Schengen zone worden opgestart. De redenen voor deze nieuwe toenadering, ondanks bedenkelijke evoluties in de binnenlandse politiek van Turkije, worden nauwelijks verhuld: Turkije is geopolitiek gezien een belangrijke macht in het conflict rond Syrië en kan de EU helpen om de migratiecrisis aan te pakken. Dit voorbeeld illustreert een bredere evolutie in het buitenlands beleid van de Europese Unie. Of meer precies, in de manier waarop de EU haar eigen rol in de wereld ziet. In dit hoofdstuk betogen we dat de Europese ‘rolconceptie’ de voorbije vijftien jaar geëvolueerd is van een normatief model naar een geopolitiek realistische grootmacht. In het post-Koude Oorlog- tijdperk wou de EU vooral ‘universele’ waarden promoten en de wereld kneden naar eigen 1 Indien niet specifiek verwezen wordt naar de EU als instelling, wordt in dit hoofdstuk ook soms de term ‘Europa’ gebruikt in plaats van de EU, in overeenstemming met essays en journalistieke stukken over EU- politiek. 2 De Raad van Europa is opgericht in 1949 en staat volledig los van de Europese Unie. Ze omvat 47 leden (tegenover 28 EU-lidstaten) en houdt zich vooral bezig met mensenrechten (terwijl de EU en voorheen de Europese Gemeenschap zich historisch gezien vooral op economische integratie toelegt). De belangrijkste verwezenlijkingen zijn het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (1950) en het daaruit voortvloeiende Europees Hof voor de Rechten van de Mens (1959). De Raad van Europa ziet toe op de naleving van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in Europa, maar heeft in tegenstelling tot de EU geen afdwingbare instrumenten.