ESTHETISCHE TANDHEELKUNDE Implantaten en tandtechniek 1 Hans Beekmans Abstract De implantologie stelt zowel tandarts als tand- technicus voor aanzienlijke problemen. De techniek van het plaatsen van een implantaat is op zich al een vak apart. Twee voorwaarden zijn van eminent belang: dat het implantaat goed vast komt te zitten, en dat het op exact de juiste plaats in de mond zit. Vaak is botopbouw nodig. En de tandarts moet er verder voor zorgen dat er genoeg tandvlees rondom het implantaat zit. Dat zijn geen geringe opgaven. Maar de tandtechnicus kampt met zo mogelijk nog grotere problemen. Hierbij moet direct aangetekend worden dat die problemen kleiner zijn naarmate de tandarts beter in staat is het implantaat goed te plaatsen. Het ligt echter lang niet altijd aan de tandarts als dat niet goed lukt: soms biedt de beginsitua- tie weinig mogelijkheden en blijft het schipperen. Zo’n situatie vergt meer van de tandtechnicus. In het algemeen kan gezegd worden dat tandarts en tandtechnicus nooit me´ e´ r van elkaar afhankelijk zijn dan bij de implantologie. Ik wil hier wat dieper ingaan op de problemen van de tandtechnicus, omdat die uit het oogpunt van de esthe- tiek mijns inziens het interessantst zijn. Het is wel aardig te memoreren dat we ‘vroeger’ – nog geen twintig jaar geleden – al blij waren als een implantaat bleef zitten. Aan de esthetiek werden nog weinig eisen gesteld (afb. 1 en 2). Inmiddels zijn implantaten gemeengoed geworden en stellen patie¨nten ook hogere eisen. Ze zijn teleurge- steld als ze een zwart randje bij het tandvlees zien. Waarom zijn implantaten zo’n uitdaging voor de tandtechnicus? Omdat het implantaat een andere vorm heeft dan de natuurlijke wortel. Implantaten zijn vaak smaller. De tandtechnicus moet vanaf die smalle diameter naar een breed element – hij moet, vrij gezegd, een tand met een rare vorm maken. Je hebt in zo’n situatie veel tandvlees en ondersteunend bot nodig. Omdat implantaten absoluut niet mogen bewegen. Dit vraagt grote nauwkeurigheid van de tandtechnicus. Krimp of uitzetten van het gipsmodel kan er al voor zorgen dat de kroon of de brug niet meer op het implan- taat past. Omdat implanten niet de kleur van een wortel hebben. Vandaar problemen met doorschijnend metaal door of boven het tandvlees. Omdat implanten een vlak platform hebben waarop het abutment wordt vastgemaakt – en dat is geen natuurlijke tandvorm. Voor de tandtechnicus is het dan moeilijk een natuurlijke contour te maken. Als die contour niet goed is, zakken de papillen in of het buccale tandvlees trekt terug. Omdat er soms te weinig bot is en het niet opgebouwd kan worden. Dan moet de tandtechnicus erg lange tanden maken, of roze porselein gaan gebruiken. Sommige situaties zijn vrijwel hopeloos. Ik denk aan de situatie van meerdere implantaten naast elkaar, en papillen die verdwenen zijn. Maak daar nog maar wat moois van. Ik wil de bovengenoemde problemen – en oplossingen - nader toelichten aan de hand van een paar praktijkgevallen in dit en het volgende nummer van TP Exkies. 1 Met dank aan tandtechnici Eric van der Winden, Klaus Muthert- hies en Bjorn Ginsberg, en kaakchirug dr. Peter Blijdorp. TandartsPraktijk (2007) 28:92–101 DOI 10.1007/BF03073044 13