30 Sportgericht nr. 5 / 2009 – jaargang 63 Met betrekking tot baanwielrennen hebben verscheidene studies (Foster et al., 1993; De Koning et al., 1999; Het- tinga et al., 2007) het belang van het kiezen van de juiste wedstrijdstrategie aangetoond. Uit deze studies is geble- ken, dat voor de individuele onderde- len langer dan 1500 meter de snelste tijden gerealiseerd worden wanneer de snelheid over de te rijden afstand zo constant mogelijk wordt gehouden. Bij kortere afstanden leveren zogenoemde ‘all-out’ strategieën, waarbij zo snel mogelijk wordt gestart en er gedu- rende de race verval van de snelheid optreedt, de snelste tijd op. Externe invloeden Het wielrennen op de weg heeft in tegenstelling tot het baanwielren- nen te maken met invloeden van buitenaf. De coureurs kunnen te maken krijgen met tegenwind en met hoogte- verschillen in het parcours. Tijdens een in- dividuele tijdrit is de keuze van de juiste wedstrijdstrategie dus niet alleen afhankelijk van de fysieke capacitei- ten van de wielrenner, maar ook van zijn vermogen zich aan te passen aan de weersomstandigheden en het par- cours. Om een zo snel mogelijke tijd te realiseren is het van belang te weten hoe de wedstrijdstrategie aan deze externe invloeden aangepast moet worden. Definitie Met de term wedstrijdstrategie wordt bedoeld: het reguleren van de snel- heid door het variëren van het ener- gieverbruik (de Koning et al., 1999). Met andere woorden: hoe kun je de beperkte hoeveelheid energie die je ter beschikking hebt het beste verde- len over de wedstrijd? Hierbij is het van belang de energieverliezen aan lucht- en rolweerstand bij een zo hoog mogelijke snelheid beperkt te houden. Om dit te bewerkstelligen in tijdritten langer dan 1500 meter is het belangrijk de snelheidsfluctuaties over de race te minimaliseren. Bij een vlakke tijdrit zonder wind ge- beurt dit door zo snel mogelijk (dus met een hoog piekvermogen) naar Uit onderzoek naar baanwielrennen blijkt, dat voor een maximale prestatie de snelheid bij afstanden boven de 1500 meter het beste zo constant mogelijk gehouden kan worden. Maar wat is nu de beste manier om de energie te verdelen bij een tijdrit op de weg, waarin met tegenwind of bergop gereden moet worden?. INSPANNINGS- FYSIOLOGIE Steven Visser & Floor Hettinga Bergop en met tegenwind fietsen Wat is de optimale wedstrijdstrategie voor een tijdrit op de weg? Figuur 1. Voorspelde tijdsbesparingen in secon- den (time saved, y-as) op een 40 kilometer lange tijdrit met verschillende windsnelheden (wind velocity in m/s, x-as) voor wielrenners van ver- schillende niveaus (◊: 164 Watt; ∆: 286 Watt en 394 Watt) wanneer het vermogen met 10% wordt gevarieerd ten opzichte van het rijden met constant geleverd vermogen. De tijdsbesparingen worden groter wanneer de windsnelheid toe- neemt (bron: Atkinson et al. (2007b), blz. 1007).