Pieter Lemmens Techniek en bezinning hand in hand? Peter Sloterdijk over de homeotechnische revolutie Peter Sloterdijk is zonder meer een van de meest interessante denkers van het moment. In ons land is hij zeer populair, zeker na de zogeheten 'Sloterdijk-affaire' die eind 1999 naar aanleiding van zijn mensenparkrede ook de gemoederen van wijsgerig Nederland bovenmatig beroerde. Met de verschijning van zijn monumentale magnum opus Sferen heeft Sloterdijk zich definitief gevestigd in de galerij der groten van de westerse wijsbegeerte. Hierin waagt hij zich op oneigentijdse wijze aan een originele en grootschalige 'hervertelling' van de geschiedenis van het denken vanuit immuno- sferologisch perspectief, een heuse megavertelling die alle vermeend achterhaalde grand réçits tot nu toe verre overtreft. Een minder bekend aspect van Sloterdijks recente denken is zijn techniekfilosofie. Alhoewel hij moeilijk een techniekfilosoofkan worden genoemd, speelt techniek toch een fundamentele rol in zijn denken over de mens. In dit artikel bespreek ik Sloterdijks visie op de techniek, in het bijzonder zijn onderscheid tussen traditionele allotechniek en 'postmoderne' homeotechniek. Daarbij zal ik de vraag stellen naar een mogelijke verzoening, in de homeotechnische praxis, tussen een technisch, operatief of'rekenend denken' en een meer 'bezinnende' vorm van denken à la Heidegger. 'De van nature ,geboren ne,gativiteit van de menselijke positie ten opzichte van de natuur kan zich alleen dan ten positieve wenden, wanneer de mensen zelf, beeldend ,gesproken, ver ,genoe,g aan de "andere zijde" van de natuur ,gekomen zijn - meer precies aan de andere zijde van het nature ren.' PETER SLOT ER DIJK, NICHT GERETTET. VERSUCHE NACH HEIDEGGER De Duitse filosoofPeter Sloterdijk geniet met name in ons land een grote populariteit, vooral sinds zijn beruchte mensenparkrede uit 1999, over de toekomst van het hu- manisme. Hij wordt veelvuldig uitgenodigd voor lezingen, is vaak te gast op symposia en de vertalingen van zijn boe- ken doen het doorgaans veel beter dan die van de meeste andere hedendaagse buitenlandse filosofen, met uitzon- dering misschien van die van zijn vriend en collega Rüdi- ger Safranski. Het is echter ook een feit dat Sloterdijks werk bij collega-filosofen over het algemeen veel minder in de smaak valt dan bij het lekenpubliek. Voor zover ik kan overzien, vindt er op de Nederlandse universiteiten momenteel weinig tot geen Sloterdijk-onderzoek plaats, terwijl er wel ruimschoots aandacht is voor het werk van andere, aanzienlijk minder oorspronkelijke contempo- raine denkers. Dit heeft natuurlijk alles te maken met het uitgesproken onacademische en sterk literaire karakter van zijn oeuvre en wellicht ook met het dédain dat Sloter- dijk doorgaans reserveert voor de academische wijsbe- geerte'. Oorspronkelijkheid en vernieuwende manieren van denken moeten we van de academie niet verwachten, zo stelt hij, enkele uitzonderingen daargelaten. De offici- ele, geïnstitutionaliseerde filosofiebeoefening is in zijn ogen een systeem waar het ressentiment de toon zet en waar conformisme en scholastiek welig tieren. De acade- mische wereld beschouwt Sloterdijk van haar kant vaak weer als een clown, zoniet een charlatan, waarmee men niet serieus in debat hoeft te gaan. Zelftypeert Sloterdijk zich als een 'gevaarlijke denker' in de geest van Nietzsche, die zich belast ziet met de taak om met de grote heikele en explosieve thema's van zijn tijd te experimenteren en als zodanig het 'Ungeheure' op het spoor te komen, dat klopt