Tussen tekst en context: de volkenrechtsgeschiedenis en haar bronnenperimeter Frederik Dhondt Docent (VUB) Gastprofessor (UA) Postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen (UGent) 1 De geschiedenis van het volkenrecht is de laatste decennia een onderzoeksveld op zich geworden. In 1999 werd het Journal of the History of International Law/Revue d’histoire du droit international opgericht, onder impuls van Douglas Johnston en Peter Macalister-Smith. Sindsdien groeien de standaardmonografieën en handboeken. 2 Wat vroeger een niche was binnen de rechtsgeschiedenis, is vandaag een van de meest vruchtbare ontmoetingsarena’s geworden voor verschillende stromingen binnen het onderzoek. De belangrijkste academische uitgevers bedienen gretig een vakgebied dat over de hele wereld ‘marketable’ is. De pionier van deze vernieuwingen is in vele opzichten Martti Koskenniemi. Deze Finse oud-diplomaat is in de eerste plaats rechtstheoreticus. 3 Als adept van de Critical Legal Studies beklemtoont hij de eminent politieke rol van de jurist. Gezien de normatieve structuur van het volkenrecht is ook een positivistische of louter adviserende houding, politiek. Koskenniemi gaat ervan uit dat internationale juristen bouwen aan een rechtsorde die de soevereiniteit en politieke vrijheid van staten steeds inperken. Dit roept uiteraard problemen van democratische legitimiteit op. Met welk gezag spreken rechters en diplomaten? Zijn opus magnum, From Apology to Utopia (2005) had als ambitie het discours van de internationale doctrine, of ‘the grammar of international law’ 4 te ontleden van de Spaanse Neoscholastiek tot heden. Internationaal recht is niet neutraal. Het is een deel van de statenkunde, maar kan ook worden gebruikt om het gedrag van staten te bekritiseren. Als intellectuele constructie gaat het om een verzameling van waarden met een strong ideological pull. 5 Juristen zijn onmisbaar in het ballet tussen staten, omdat ze als enige de arbitraire politieke keuzes van hun meesters kunnen legitimeren. 6 Maar ze kunnen ook verder gaan, en het transformerende karakter van het recht als discours uitbuiten om staten aan het recht te onderwerpen. 1 Mijn dank aan drs. C.M. In ’t Veld (VUB) voor zijn opmerkingen bij een eerdere versie van deze tekst. 2 Alexander Orakhelashvili (ed.), Research Handbook on the Theory and History of International Law (Cheltenham: E. Elgar, 2011); Bardo Fassbender & Anne Peters (eds.), The Oxford Handbook of the History of International Law (Oxford: OUP, 2012); Emmanuelle Jouannet, Le droit international libéral-providence (Bruxelles: Bruylant, 2011); Dominique Gaurier, Histoire du droit international (Rennes: PUR, 2014). 3 Wouter Werner (ed.), The law of international lawyers. Reading Martti Koskenniemi (Cambridge: CUP, 2017). 4 Martti Koskenniemi, From Apology to Utopia. The Structure of International Legal Argument (Cambridge: CUP, 2005 [1989]), 625. 5 James Crawford & Martti Koskenniemi, ‘Introduction’, in: James Crawford & Martti Koskenniemi (eds.), The Cambridge Companion to International Law (Cambridge: CUP, 2012), 15. 6 Pierre Bourdieu, Sur l’État. Cours au Collège de France (1989-1992) (Paris : Seuil, 2012).