25 Oikos 39 – winter 2006 Artikel Wat met het cordon? Een reactie op Patrick De Vos Stefan Rummens In het vorige nummer van Oikos besprak Patrick De Vos de verleidingskracht van het extreemrechtse populisme en gaf hij enkele aanbevelingen om die verleidingskracht te ont- mijnen. 1 De argumentatie van De Vos verloopt in drie stappen. Ten eerste schetst hij enkele bepalende kenmerken van het (extreemrechtse) populisme. Ten tweede beargumenteert hij op basis van het werk van de Belgische filosofe Chantal Mouffe dat het succes van extreemrechts het gevolg is van een typisch liberaal consensusdenken en van de vervlak- king van het partijpolitieke landschap die daarmee gepaard gaat. Ten derde concludeert hij hieruit - in een ogenschijnlijk haastig toegevoegd postscriptum en opnieuw in lijn met de positie van Mouffe – dat het cordon sanitaire een ‘kapitale vergissing’ is. Hoewel De Vos’ karakterisering van het populisme adequaat lijkt en hoewel Mouffes pleidooi voor een meer intense strijd op het politieke toneel steek houdt, wil ik in deze reactie aantonen dat de conclusie van Mouffe en De Vos om het cordon dan maar beter op te doeken hier helemaal niet uit volgt en zonder meer onhoudbaar is. 1. Populisme versus democratie De Vos bespreekt kort enkele centrale eigenschappen van het populisme. Po- pulisme is een manier om het volk naar de mond te praten in een simplistische taal en op basis van simplistische ana- lyses en oplossingen. Het doel daarbij is een politieke mobilisatie op basis van een wantrouwen ten aanzien van een politieke, culturele en economische elite, die de belangen van de gewone man verraadt. In de plaats komt een personencultus rond de figuur van de charismatische leider van de populis- tische beweging, die de eigenlijke wil van het volk verwoordt. Omdat de representatieve democratie de directe uiting en realisatie van die wil verhin- dert, wordt het representatieve systeem gewantrouwd als een aantasting van de soevereiniteit van het volk. In enkele recente bijdragen hebben Koen Abts en ikzelf beargumenteerd dat al deze eigenschappen uiteindelijk gebaseerd zijn op een coherente ideo- logische logica. Volgens ons moet het populisme gekarakteriseerd worden als een ideologische positie die democratie verengt tot de idee van de soevereine macht van het volk en die daarbij het volk beschouwt als een collectief li- chaam met een homogene identiteit. 2 Omwille van die veronderstelde homo- geniteit zijn politieke problemen voor de populisten eenvoudig. Deze worden immers steeds veroorzaakt door volks- vreemde of volksvijandige elementen die de collectieve identiteit aantasten (vreemdelingen, profiteurs, kapitalis- ten, intellectuelen, criminelen,…). De oplossing voor alle problemen bestaat er dan ook steeds in om de samenleving opnieuw te zuiveren door deze vijandige elementen te verwijderen of te onder- drukken. De veronderstelde homogene identiteit verklaart ook waarom de re-