269 6. Bijbelse familieportretten uit de dageraad van de Gouden Eeuw De meest populaire vorm van het autonome portrait historié in de Nederlanden was het familieportret. Uiteraard werden deze schilderijen meestal in opdracht geschilderd van de voorgestelden zelf of familieleden, zoals bij de meeste portretten van privépersonen. 1545 In de Lage Landen was het religieuze portrait historié een burgerlijke aangelegenheid, vooral in de Republiek, anders dan in Frankrijk waar de bijbelse uitbeelding van de absolutistische vorst als propagandamiddel werd ingezet door hovelingen. Als onderdeel van de hofcultuur vond het portrait historié weliswaar navolging bij de Franse aristocratie maar niet of nauwelijks bij de gegoede burgerij in Frankrijk. Het portrait historié bleef daar, anders dan in onze contreien, onderdeel van de hof- en heerserscultuur. 1546 Dit verschil heeft niet alleen te maken met een afwijkende sociologische stratificatie in de Republiek ten opzichte van andere landen, maar ook met de politiek-staatkundige positie van de stadhouder. Ondanks zijn dynastieke prententies kon de Prins niet automatisch bogen op een overerfbaar recht om te regeren. Zelfs orangisten – niet zelden strenge calvinisten – stelden voorwaarden aan het stadhouderschap op grond van hun geloof. Zij bezondigden zich niet aan de aanmatigende verheerlijking des persoons. Er is maar één geschilderd portrait historié bekend met een bijbels onderwerp waarin een stadhouder wordt verheerlijkt als held: dat van Frederik Hendrik als koning David door Jacob Gerritsz. Cuyp (CUYP2; § 9.2; afb. 9.4). Ook in private portretopdrachten lijkt de stadhouderlijke familie meer aansluiting te hebben gezocht bij de smaak van de andere Europese hoven, dan bij tendensen binnen de sterk verburgerlijkte cultuur van hun eigen land. Het is veelzeggend dat er geen bijbelse portraits historiés (bekend) zijn waarin telgen uit het huis Oranje Nassau zich en famille lieten portretteren. In het voorafgaande kwamen al voorlopers van het autonome portrait historié aan bod waarop families zich lieten afbeelden, zoals schilderijen met de Heilige Maagschap (§ 3.8). De in dit hoofdstuk behandelde familie- en groepsportretten hebben ondanks hun religieuze thematiek een sterk geseculariseerd karakter: ze bezitten geen sacraal karakter, zoals het familieportret-annex-devotiestuk van de familie den Stuyver-Den Otter (§ 5.2). De sacraliteit van een schilderij wordt voornamelijk bepaald door het gebruik en de context waarin het werk functioneerde en de daarmee samenhangende vormgeving. Onder sacrale portraits historiés worden hier schilderijen begrepen die dienst deden in de gewijde sfeer van kerk en kapel, terwijl het begrip ‘religieus’ met betrekking tot dit portrettype hier in de breedste zin van het woord wordt opgevat. Met religieuze portraits historiés worden ook werken aangeduid die geen concrete religieuze gebruikswaarde bezaten. De familieportretten die in dit hoofdstuk aan bod komen zijn 1545 De geportretteerde viel vanzelfsprekend niet altijd samen met de opdrachtgever. In andere landen werden allegorische portretten van publieke figuren, zoals vorsten en populaire volkshelden, vaker voor de kunstmarkt gemaakt, voornamelijk in prentvorm. Zie hiervoor: Hagenow 1999. 1546 Zie hiervoor: Bardon 1974.