Verschenen in: W.M.H. Hupperetz, e.a. (red.), Middeleeuwse kastelen in Limburg. Verschijningsvormen van het kasteel, zijn adellijke bewoners en hun personeel, Venlo 1996, 175-194. De materiële wooncultuur van het kasteel: indeling, inrichting, huisraad en kleding. Wim Hupperetz Inleiding Het kasteel vormde in belangrijke mate het decor voor de adellijke levenswijze. In deze bijdrage zal niet zozeer die levensstijl als wel de aankleding van het kasteel en de kleding van de adel de meeste aandacht krijgen. (1) De adel was in vele opzichten verschillend van andere groepen in de middeleeuwse samenleving zoals boeren en stedelingen. Toch probeerde met name de stedelijke elite aansluiting te vinden bij de adel die ze vaak van nabij kon ervaren omdat edelen regelmatig in steden vertoefden, er ambten bekleedden en huizen bezaten. De adel wilde zijn bevoorrechte positie behouden en er ontstond een sociale concurrentiedrang ten opzichte van het stedelijke patriciaat. Wilde men zich onderscheiden dan moest men meedoen aan vernieuwende trends en modes en diende men zich zoveel mogelijk te omringen met exclusieve voorwerpen. (2) Met name de mobiliteit van de adel, en vooral van de mannen, was een van de duidelijke verschillen ten opzichte van het gros van het stadspatriciaat. De deelname aan het hofleven betekende bijvoorbeeld dat men meeging op de reizen van de landsheer en werd geïntroduceerd in hogere kringen. Dit kon weer tot gevolg hebben dat men snel op de hoogte was van bepaalde nieuwe modes. (3) Het meest duidelijk kwam de adellijke levensstijl tot zijn recht tijdens feesten, bruiloften en begrafenisceremonies die werden omlijst met muziek, geschenken, toernooien en feestmaaltijden. Hoewel deze gebeurtenissen, zeker voor de lagere adel, beslist niet wekelijks op het programma stonden, bepaalden ze wel in belangrijke mate de groepsidentiteit van de adel. Dé adellijke wooncultuur bestond natuurlijk niet; de kasteelarchitectuur, het huisraad en de kleding veranderden per periode, per regio maar er bestond ook nog een wereld van verschil tussen de hoge en lage adel. Een adellijke familie liet het kasteel bouwen, verbouwen en inrichten met de middelen die haar ter beschikking stonden. De beperkingen konden van technische, ruimtelijke, financiële of artistieke aard zijn. (4) Bij het kasteel als woning is de functionele indeling van de ruimtes, de inrichting en het interieur van belang. De bouwkundige ontwikkeling van het kasteel is elders in deze bundel reeds uitgebreid besproken. Duidelijk is dat de bouwkundige vorm van het kasteel steeds moet worden gezien als het resultaat van een voortdurende interactie tussen de militair- strategische betekenis, de architectuur en de wooncultuur. Behalve de aankleding van het kasteel veranderde ook de kleding van de bewoner. De kleding was vaak net zozeer als de aankleding van het kasteel een uitdrukking van de sociale positie. Kleding was belangrijk omdat het op elk moment van de dag en afhankelijk van plaats en gelegenheid de status van een persoon toonde.