1 Gepubliceerd als: Castryck, Geert, “'Als een wereld zo groot, waar uw vlag staat geplant': Kunnen we het Belgisch koloniaal verleden dichterbij brengen?”, Hermes: Tijdschrift voor geschiedenis 20, 60 (2016), 54–63. 'Als een wereld zo groot, waar uw vlag staat geplant' Kunnen we het Belgisch koloniaal verleden dichterbij brengen? Geert Castryck (Universität Leipzig) In 1905 werd Naar Wijd en Zijd (Vers l'Avenir in het Frans) de hymne van wat toen nog Koning Leopold II's privé-kolonie Kongo-Vrijstaat was. De eerste strofe eindigde met de verzen 'Als een wereld zo groot, waar uw vlag staat geplant'. De spanning tussen de mondiale dimensie van het Belgisch koloniaal project en het eng nationale kader waarbinnen dit project geduid werd, zit in deze tien symbolische woorden reeds ingebakken. Die spanning tussen mondiaal en nationaal was op dat moment aan de orde van de dag. Terwijl Leopold II en zijn Kongo-Vrijstaat in eigen land gevierd werden, stond hij tegelijk onder grote internationale – en in minder mate nationale – druk omwille van dodelijke exploitatiemethoden en tomeloos geweld in zijn Centraal-Afrikaanse kolonie. De massale gruweldaden tegen Congolezen en de willekeurige standrechtelijke executies van enkele Europese handelaars stonden in schril contrast met de humanitaire en vrijhandelsbeloftes waarmee Leopold II de imperiale gemeenschap had overtuigd om hem de Kongo- Vrijstaat toe te vertrouwen. Als gevolg van het internationaal protest kocht de Belgische staat in 1908 de kolonie van zijn vorst over. De hymne zou tot aan de Congolese onafhankelijkheid in 1960 ongewijzigd blijven, wat alvast symbolisch een continuïteit tussen de koninklijke en de Belgische kolonie markeert. Een eeuw lang is de internationale – en bij uitstek Engelstalige – waarneming van Congo er één van extreme gruwel gebleven, en werd de Belgische voorstelling gekenmerkt door een mix van onverschilligheid en nationale trots. Als hedendaags geschiedenisleerkracht kun je met beide stereotypen – eenzijdige gruwel of navelstaarderige trots – weinig aanvangen, wat wellicht helpt verklaren waarom de Belgische koloniale geschiedenis in de meeste handboeken en leerplannen stiefmoederlijk behandeld wordt. Er zijn echter minstens drie redenen om wel degelijk met het Belgisch koloniaal verleden aan de slag te gaan. Ten eerste bieden de stereotypen zelf een mogelijkheid om met leerlingen sporen van het verleden in hun directe omgeving te bespreken. Monumenten of straatnamen in de eigen stad of gemeente bieden een spiegel van meer dan een eeuw beeldvorming. Ook familiegeschiedenissen of populaire cultuur bevatten soms bruikbare aanknopingspunten. Zo bracht Billy Joel in het mondiale revolutiejaar 1989 de song We didn't start the fire uit, en eigenlijk zou je als leerkracht een jaar lang kunnen werken rond het verklaren van alle historische referenties die in dat lied vervat zitten. Met een beetje geluk vind je in de buurt van de school koloniale of koninklijke referenties die toelaten om de verheerlijkende én gedateerde beeldvorming in het