1 Vrij gebruik van Limburgs en Nedersaksisch in het regionaal en lokaal bestuur: een aanbeveling 1 Henk Bloemhoff & Roeland van Hout Stand van zaken Op 1 maart 1998 is het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa voor Nederland in werking getreden, ook voor de regionale talen Nedersaksisch en Limburgs. Limburgs en Nedersaksisch zijn door de Nederlandse overheid onder de werking van deel II van het Handvest gebracht. Aanduidingen als Limburgs, de Limburgse taal, de regionale taal Limburgs respectievelijk Nedersaksisch, de Nedersaksische taal, de regionale taal Nedersaksisch vallen daarmee binnen de officiële terminologie van de Nederlandse overheid. 2 Het convenant van 10 oktober 2018 tussen de Rijksoverheid en de Nedersaksische overheden heet dan ook Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal en zo heet het convenant van 9 oktober 2019 tussen de Rijksoverheid en de Provincie Limburg het Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal. Deze talen zijn dus formeel erkend, door het Handvest (in wettelijke zin) en in beide convenanten (door afspraken in bestuurlijke zin). Wat betekenen de erkenningen en de doelstellingen van Handvest en convenanten nu in de praktijk in het domein van het regionaal en lokaal bestuur 3 , oftewel in het bestuurlijk verkeer van gemeenten en provincies? Dat domein is een van de vier domeinen waarin beide convenanten het gebruik van de regionale taal willen versterken. Er blijkt echter een wettelijke belemmering te zijn. We komen daarom met een eenvoudig voorstel om tot een vrij gebruik van beide regionale talen te komen. Het voorstel is geheel in de geest van beide convenanten: het leidt niet tot verplichtingen, maar verruimt de gebruiksmogelijkheden in het bestuurlijk verkeer van de beide regionale talen. Voordat we bij die wettelijke belemmering komen en onze concrete aanbeveling geven om die belemmering weg te nemen, zetten we eerst de context en achtergrond uiteen waarin de regionale talen functioneren. Nedersaksisch en Limburgs: wat is er afgesproken In beide convenanten zijn een aantal zaken afgesproken ter bevordering van het gebruik van de beide regionale talen Nedersaksisch en Limburgs. Niet alle zaken die in het Handvest genoemd worden, komen daar expliciet aan de orde. Zo is in deel II van het Handvest, artikel 7 onder lid 1d, de volgende doelstelling opgenomen: de vergemakkelijking en/of aanmoediging van het gebruik van regionale talen of talen van minderheden, in gesproken en geschreven vorm, in het openbare en het particuliere leven. 1 Deze aanbeveling is geschreven op persoonlijke titel. 2 Michielsen (2020, in Neerlandistiek.nl: https://www.neerlandistiek.nl/2020/01/het-convenant-voor-de-limburgse-taal-en-de- juridische-en-politieke-status-van-het-limburgs/) stelt vast dat de Nederlandse overheid in het kader van het Handvest duidelijk heeft gekozen voor de rechtsterm regionale taal, overeenkomstig het Handvest zelf, en niet voor ‘streektaal’. Wij willen aanraden deze terminologie te volgen, om verwarring te voorkomen. De Grote Van Dale omschrijft streektaal met ‘dialect’ en die aanduiding heeft vaak een negatieve connotatie, maar ook ‘streektaal’ kan in neerbuigende zin worden gebruikt. Dat is niet zo bij ‘taal’, ‘regionale taal’. 3 Als zodanig genoemd in beide convenanten.